Noord-Brabant heeft een bescheiden culturele infrastructuur
Noord-Brabant bevindt zich bij de meeste culturele disciplines in de middenmoot: het bereik onder inwoners ligt vaak rond of net onder het landelijke gemiddelde. De culturele infrastructuur, bijvoorbeeld het aantal bibliotheken of musea per inwoner, is relatief bescheiden. Dit vertaalt zich in lagere bezoekcijfers en lagere posities in landelijke vergelijkingen. De infrastructuur en het bereik lijken hiermee in verhouding te staan tot elkaar.
De podiumkunsten en film laten een ander beeld zien. Hoewel het aantal organisaties en locaties per inwoner niet bijzonder hoog is, wordt de beschikbare infrastructuur intensief gebruikt. Verhoudingsgewijs is er hier meer aanbod op de locaties en daarmee een groter bereik.
Een opvallende uitzondering in de infrastructuur zijn de festivals. De provincie blijft in het aantal festivals op plek één staan in de provinciale rangorde, maar het aantal festivals is de afgelopen jaren wel gedaald.
De afstand die inwoners afleggen tot de voorzieningen in Noord-Brabant is vaak vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde. De infrastructuur is veelal goed verspreid over de provincie. De meeste plekken voor cultuur in de provincie ontvangen geen gemeentelijke subsidie. Niet-gesubsidieerde locaties zijn vooral te vinden in de beeldende kunst en de muziek, gesubsidieerde locaties zijn bijvoorbeeld openbare bibliotheken, een groot deel van de musea en theaters en een meerderheid van de multifunctionele locaties.
Culturele sector bereikt toch een groeiend publiek
Het aantal bezoeken per inwoner aan Brabantse culturele instellingen zoals musea, theaters en bibliotheken is laag ten opzichte van andere Nederlandse provincies. Cabaret en stand-up comedy blijven net als voorgaande jaren een uitzondering: zowel qua aantallen als qua bezoek scoort Brabant hoog.
Ondanks het bescheiden aantal locaties is er in Brabant veel aanbod te vinden met een groeiend publieksbereik. Het totale cultuuraanbod wordt door Brabanders al tien jaar lang stabiel gewaardeerd met een cijfer rond 7,5 en de bestedingsbereidheid voor cultuurbezoek
De Brabantse cultuursector is maatschappelijk betrokken
Het onderzoek onder makers en instellingen laat zien dat Brabantse culturele makers en instellingen actief betrokken zijn bij maatschappelijke projecten. Zij beschouwen deze projecten relatief vaak als kernactiviteit. De samenwerkingen leveren voor zowel de culturele als maatschappelijke partners uiteenlopende opbrengsten op, waarbij sociale cohesie, verhoging van participatie en bevordering van inclusie van kwetsbare groepen het meest worden genoemd. Ook de inwoners van Brabant herkennen deze maatschappelijke waarde van de culturele sector. Een ruime meerderheid van de Brabanders vindt kunst en cultuur belangrijk voor verbinding, welzijn, betrokkenheid en een vitale samenleving. Samenwerkingen worden door makers en instellingen doorgaans als wederkerig ervaren en versterken de relevantie en toekomstbestendigheid van hun praktijk. Tegelijkertijd zijn er ook drempels: financiële tekorten, gebrek aan tijd en capaciteit en de moeilijk meetbare impact vormen de grootste uitdagingen.
Ongelijkheid in cultuurdeelname bij opleiding
Ondanks dat Brabant een sociale cultuursector kent met veel aandacht voor (verschillende soorten) publiek, zien we een ongelijkheid in bezoek en beoefening door Brabanders. Bijna alle vormen van cultuurbezoek en cultuurbeoefening worden namelijk veel vaker gedaan door hbo- en wo-geschoolden. Voor cultuurbezoek of -beoefening maakt het weinig uit of je in een stad of erbuiten woont.
Jongeren nemen vaker deel aan cultuur
Een andere vorm van ongelijkheid in cultuurdeelname zien we in het verschil in gedrag en waardering tussen leeftijdsgroepen. Jongeren tussen de 18 en 29 jaar bezoeken en beoefenen vrijwel alle vormen van cultuur vaker, zowel online als offline. Bij sommige vormen, zoals het bezoeken van klassieke muziek en theater, zijn de verschillen tussen de leeftijden minder groot. Het sociale aspect van cultuurbezoek en -beoefening speelt bij jongeren een grotere rol dan voor andere leeftijdsgroepen. Net als voorgaande jaren zijn jongeren kritischer op het aanbod dan oudere leeftijdsgroepen, maar zijn wel meer bereid om geld te besteden aan bezoek en beoefening.
Bij erfgoeddeelname zien we een iets ander beeld: jongeren zijn actiever als erfgoedbezoekers en -beoefenaars, maar het zijn juist de 75-plussers die erfgoed het meest waarderen: zij zijn vaker actief als erfgoedvrijwilliger en hechten meer belang aan erfgoed voor de samenleving.
Het verdiepende onderzoek laat zien dat adolescenten en jongvolwassenen ongeveer dezelfde dingen doen op het gebied van cultuur en erfgoed. Ze gaan wel vaker naar dance/housefeesten en festivals dan dertigers en veertigers. Een kleine groep (1-2%) mist cultureel aanbod of activiteiten die ze zouden willen bezoeken. Het meest genoemde gemiste aanbod betreft musea. Activiteiten uit de wereld van hiphop, dance of andere herkomstculturen werden nauwelijks genoemd. Qua beoefening lopen de jongeren ook niet uiteen en wat betreft steun en waardering van het cultureel aanbod zijn er ook vooral overeenkomsten. In onderzoek en beleid moet aandacht komen voor cultuurvormen die aansluiten bij de belevingswereld van jongeren met een migratieachtergrond. Oog voor de hoge kosten van cultuurdeelname, juist voor jongeren, en voor veiligheid, juist voor vrouwelijke deelnemers, zijn ook aandachtspunten.
Groei van Cultuureducatie met Kwaliteit en veranderingen bij culturele opleidingen
Het aantal leerlingen in Noord-Brabant dat via school in aanraking kwam met cultuureducatieprogramma’s steeg flink in de afgelopen jaren, doordat meer gemeenten en scholen aangesloten raakten bij het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK).
Het aantal studenten aan culturele en creatieve vervolgopleidingen laat daarentegen een licht dalende trend zien, met name op het hbo. Brabant kent relatief veel mbo-studenten met een culturele of creatieve kwalificatie. Binnen het hbo en wo is een toename zichtbaar in technische ontwerpstudies, terwijl aantallen studenten afnemen bij opleidingen voor kunst- en cultuuronderwijs, vormgeving en beeldende kunst en cultuurwetenschappen.
Meerderheid van de Brabanders beoefent cultuur individueel en in informeel verband
67% van de Brabanders is een frequente cultuurbeoefenaar. Hoewel online cultuurbeoefening afneemt nu het coronatijdperk achter ons ligt, beoefent de meerderheid van de Brabanders cultuur individueel en informeel: thuis en zonder lessen.
Dit zien we ook terug bij erfgoedbeoefening. Het percentage van de Brabantse erfgoedbeoefenaars dat is aangesloten bij een informele groep is gestegen, terwijl het aandeel dat erfgoed beoefent in een formeel verband (zoals een historische vereniging of vereniging voor immaterieel erfgoed) juist daalt.
Financieel gezonde verenigingen en stabiel lidmaatschap
De amateurverenigingen laten qua financiële gezondheid en ledenaantal een positief beeld zien. Al zijn de uitdagingen rondom vergrijzing en het vinden van bestuursleden ook in Brabant aanwezig: erfgoedvrijwilligers zijn voor een groot deel 75-plussers. Het aandeel Brabanders dat lid is van een culturele organisatie of vereniging is met 16% in 2025 gelijk aan dat in 2023.
Draagvlak onder druk
Ruim twee derde van de Brabanders vindt kunst en cultuur belangrijk voor de samenleving. We zien hier in de afgelopen acht jaar een significant dalende trend (van 83% in 2017 naar 68% in 2025). Voor een derde vormt het bezoeken van cultuur een belangrijk onderdeel van het leven en dat aandeel is de afgelopen twee jaar niet veranderd. Voor jongeren en hbo- en wo-geschoolden vormen cultuurbezoek én -beoefening vaker dan gemiddeld een belangrijk onderdeel van het eigen leven.
Brabantse cultuursector heeft veel eigen inkomsten, maar de financiële basis blijft kwetsbaar
De eigen inkomsten van de organisaties die meerjarig worden ondersteund door een BrabantStad-gemeente liggen inmiddels hoger dan in 2019. Festivals vormen hierop een uitzondering: hun eigen inkomsten dalen flink. Tegelijkertijd zijn de lasten in de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, met name bij poppodia en bibliotheken/centra voor de kunsten, maar ook bij musea en podia (excl. poppodia). De oorzaken verschillen per sector. Bij bibliotheken/centra voor de kunsten en musea ligt de druk vooral bij stijgende personeelskosten. Bij poppodia en podia spelen juist hogere kosten voor het organiseren van activiteiten, energie en huur een grotere rol.
Het totaal aan subsidies verleend door de BrabantStad gemeenten aan de meerjarig gesubsidieerde organisaties is gestegen tussen 2019 en 2024. Opvallend is de sterke stijging van de ‘overige’ subsidies: een groter deel van de begroting wordt gedekt door incidentele programma- en projectsubsidies. Het aandeel meerjarige subsidies van de provincie Noord-Brabant is in 2024 lager dan in 2019.
Gemeenten blijven veruit de belangrijkste financier
69% van de meerjarige subsidies aan cultuur in BrabantStad is afkomstig van gemeenten. De belangrijke positie van gemeenten bij de financiering van cultuur komt overeen met het landelijke beeld. Het gemiddelde bedrag dat Brabantse gemeenten uitgeven aan cultuur is de afgelopen jaren ook gestegen. Brabantse gemeenten geven met 117 euro per inwoner wel minder uit dan het landelijk gemiddelde (127 euro). Brabant staat daarmee op plek zeven van de twaalf provincies.
De provinciale cultuuruitgaven zijn in 2023 hoger dan 2021, maar lager dan in 2019. De provincie investeerde in 2019 60,1 miljoen in cultuur, in 2023 is dat nog
De Brabantse creatieve sector groeit
Tussen 2017 en 2024 steeg het aantal bedrijfsvestigingen met 38%. Ook het aantal zzp’ers in Brabant nam toe met 23%. Brabant bezet een stabiele middenpositie onder de provincies, zowel qua aantal zzp’ers als bedrijfsvestigingen. De creatieve bedrijvigheid concentreert zich vooral in de vier grote steden en omliggende gemeenten. Iets meer dan de helft van de zzp’ers is man en een derde is jonger dan 35 jaar. Ook de werkgelegenheid groeit: het aantal banen in Brabant steeg met 11%. Dit komt overeen met de landelijke percentages. Banen worden gemiddeld groter, al blijven er relatief veel kleine en flexcontracten, met een stijgende trend. De sector wordt jonger: de helft is nu 34 jaar of jonger, tegenover 46% in 2017.
De zeven grote gemeenten hebben ieder hun eigen profiel
Naast het beeld van de gehele provincie bevat de monitor gegevens over de zeven grote gemeenten in Noord-Brabant in de Gemeenteprofielen.
Eindhoven heeft de grootste en meest diverse culturele infrastructuur, met veel multidisciplinaire locaties, musea en ateliers. Het merendeel van de locaties is niet-gesubsidieerd. Financieel is de sector stabiel, maar het verdienvermogen is licht gedaald. De gemeente is de belangrijkste subsidieverlener, met een duidelijke rol voor rijksfondsen. De creatieve sector is groot en sterk, met hoge dichtheid van bedrijven en zzp’ers en een nadruk op creatief zakelijke dienstverlening.
Tilburg heeft een sterk profiel als muziekstad, met veel muzieklocaties, podia en bibliotheken en een groot aandeel open ateliers. Financieel is het beeld gemengd: de eigen inkomsten zijn flink gegroeid, het verdienvermogen is gedaald. De gemeente blijft de belangrijkste financier, al neemt de rol van rijksfondsen toe. De creatieve sector is krachtig ontwikkeld, met een sterke positie in kunsten en cultureel erfgoed.
Breda heeft een sterk profiel in beeldende kunst, met veel bijbehorende (vaak open) ateliers. Financieel presteert de stad goed: eigen inkomsten en verdienvermogen zijn gestegen, mede dankzij podia en poppodia. De gemeente is de belangrijkste financier. De creatieve sector is omvangrijk en goed ontwikkeld, met een hoge dichtheid van bedrijven en zzp’ers en een evenwichtige verdeling over subsectoren.
’s-Hertogenbosch heeft een breed en gevarieerd cultureel aanbod, met relatief veel musea en multifunctionele locaties en een bovengemiddeld aandeel open ateliers. Financieel is het beeld stabiel, maar het verdienvermogen daalt licht. De gemeente is de belangrijkste subsidieverlener, terwijl de provincie hier een grotere rol speelt dan elders. De creatieve sector is sterk ontwikkeld met hoge dichtheid van bedrijven en zzp’ers.
Helmond heeft een compact cultureel profiel met relatief veel musea en een opvallend hoog aandeel gesubsidieerde cultuurlocaties. Het aanbod aan ateliers is beperkt en minder vaak openbaar toegankelijk dan gemiddeld. Financieel is de sector kwetsbaar: de gemeente is vrijwel de enige structurele subsidieverlener. Hoewel de creatieve sector relatief snel groeit, blijft de dichtheid van bedrijven en zzp’ers achter bij het provinciale gemiddelde.
Oss heeft een compact cultureel profiel met relatief veel locaties voor beeldende kunst en musea. Het atelierbestand is redelijk groot, maar minder vaak open dan gemiddeld. Financieel is het beeld stabiel: eigen inkomsten en publieksinkomsten zijn gestegen en het verdienvermogen nam licht toe, maar blijft bescheiden. De gemeente is de dominante subsidieverlener. De creatieve sector groeit iets sneller dan gemiddeld, maar blijft qua dichtheid van bedrijven en zzp’ers onder het provinciale niveau.
Roosendaal heeft een uitgesproken profiel voor podiumkunsten en weinig musea. Het aandeel niet-gesubsidieerde cultuurlocaties is het hoogste binnen BrabantStad, terwijl het atelierbestand klein is en relatief weinig open ateliers kent. Financieel is het beeld bescheiden maar licht verbeterend: de eigen inkomsten en het verdienvermogen zijn gestegen, al blijven ze laag. De gemeente is veruit de belangrijkste subsidieverlener. De creatieve sector groeit relatief snel, maar dit vertaalt zich nog niet in een hogere dichtheid van bedrijven en zzp’ers, die onder het provinciale gemiddelde blijft.
Over Waarde van cultuur
Sinds 2018 brengt de provinciale monitor Waarde van cultuur gegevens in beeld over het culturele leven in Noord-Brabant. De editie van 2026 is de vijfde editie van de monitor. Binnen de monitor is verdiepend onderzoek gedaan naar jongeren & cultuur en samenwerkingen van makers en instellingen met maatschappelijke partners. Naast een provinciaal beeld geeft de monitor een gemeentelijk beeld van de zeven gemeenten in BrabantStad. Deze pagina vormt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen.