Gemeentelijk cultuurbeleid
De gemeente ’s-Hertogenbosch vindt een bloeiend cultureel leven belangrijk en wil hierin blijvend investeren. In de Cultuurnota 2025-2028 beschrijft de gemeente haar ambitie om de positie van ’s-Hertogenbosch als ‘Cultuurstad van het Zuiden’ verder te versterken. Het thema Cultuurstad van het Zuiden beslaat de beleidsterreinen cultuur, citymarketing en evenementen, en heeft een link met economisch beleid en de cultuurhistorische identiteit van ‘s-Hertogenbosch.
Om een optimaal effect te realiseren legt de stad accenten via drie beleidslijnen.
- Versterken van het profiel: De toonaangevende positie van muziek- en theaterfestivals en -gezelschappen verder ontwikkelen en de aantrekkingskracht van de musea vergroten.
- Vernieuwen van het aanbod: Het makersklimaat verbeteren (met focus op jonge talenten) en urban arts als cultuurvorm verder ontwikkelen.
- Verbinden van mensen: De samenhang in het aanbod voor cultuureducatie verbeteren, amateurkunsten toegankelijker maken en meer verschillende mensen bij het culturele leven betrekken (publiekswerking).
Cultureel kapitaal
Het cultureel kapitaal gaat over de eigenstandige waarde en dynamiek van de culturele sector. Het gaat hier vooral over de meer ‘tastbare kant’ van het cultureel kapitaal. In dit gemeenteprofiel wordt er gekeken naar de culturele infrastructuur van ‘s-Hertogenbosch en de Bossche
Culturele infrastructuur
We presenteren de cijfers uit de benchmark die tot op gemeenteniveau beschikbaar zijn. Dat zijn de nabijheid van culturele voorzieningen voor inwoners van de gemeente, de vestigingen en servicepunten van bibliotheken en locaties van bioscopen en/of filmhuizen.
De gemeente ’s-Hertogenbosch telt twee bibliotheekvestigingen (1,3 per 100.000 inwoners in 2023). Daarmee staat de gemeente op een vijfde plaats binnen BrabantStad. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde bibliotheek is gemiddeld 3,2 km over de weg.
Voor locaties met professionele podiumkunsten moeten Bosschenaren gemiddeld 4 kilometer afleggen over de weg. Voor een museum is dat 4,3 km. Deze gemiddelden liggen hoger dan andere gemeenten binnen BrabantStad.
Volgens de VNBF waren er in 2025 3 bioscooplocaties in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Per hoofd van de bevolking behoudt de gemeente daarmee de tweede plek binnen BrabantStad. In totaal zijn er 20 filmdoeken, met een totaal van 1.886 zitplaatsen. De dichtstbijzijnde bioscoop ligt voor Bosschenaren gemiddeld op 4,2 km.
Cultuurlocaties en subsidierelatie
In het onderdeel Cultuurlocaties schetsen we een beeld van de cultuurlocaties in ‘s-Hertogenbosch, zowel gesubsidieerd als niet-gesubsidieerd. We kijken naar de verdeling over domeinen als beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, en naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde locaties. Waar relevant vergelijken we de gemeente met het BrabantStad-beeld. Deze editie komen voor het eerst de ateliers als losse categorie aan bod.
De gemeente ‘s-Hertogenbosch kent
Ook kent ‘s-Hertogenbosch meer multifunctionele locaties dan in BrabantStad, namelijk 14% in ‘s-Hertogenbosch versus 9% in BrabantStad. Denk aan de Brabanthallen en de Tramkade. Voor de overige domeinen geldt het omgekeerde: daar heeft ‘s-Hertogenbosch net een iets kleiner aandeel cultuurlocaties dan in BrabantStad. Enkele voorbeelden van cultuurlocaties in de andere domeinen zijn Jheronimus Bosch Art Center (beeldende kunst), Theater aan de Parade (podiumkunsten) en PERRON-3 (film).
| Domein | BrabantStad | ‘s-Hertogenbosch | |
|---|---|---|---|
| Beeldende kunst | 33% | 34% | exclusief ateliers |
| Musea | 14% | 18% | |
| Podiumkunsten | 16% | 14% | |
| Multifunctionele locaties | 9% | 14% | |
| Muziek | 17% | 11% | |
| Film | 8% | 6% | |
| Bibliotheken | 4% | 3% | |
| Totaal | 100% | 100% |
Gesubsidieerd vs. niet-gesubsidieerd
Van deze gevonden cultuurlocaties is 66% niet-gesubsidieerd door de gemeente. Dit is een iets lager aandeel dan BrabantStad in totaal.
De meeste niet-gesubsidieerde locaties zijn plekken voor beeldende kunst, gevolgd door multifunctionele locaties, musea en locaties voor muziek. ‘s-Hertogenbosch kent 9 multifunctionele locaties, waarvan 78% niet-gesubsidieerd is. Voorbeelden hiervan zijn Huis73 (met subsidie) en het Werkwarenhuis (zonder subsidie).
‘s-Hertogenbosch heeft relatief meer gesubsidieerde locaties voor podiumkunsten en museumlocaties dan BrabantStad. Bij de overige domeinen is het beeld juist omgekeerd: daar zijn relatief meer niet-gesubsidieerde locaties dan BrabantStad breed. Voorbeelden van bekende niet-gesubsidieerde locaties zijn Vue en Kinepolis.
Ateliers
Deze editie nemen we ook
Sociaal kapitaal
Het sociaal kapitaal gaat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur: de waarde van kunst, cultuur en erfgoed voor het individu en voor de gemeenschap. In dit gemeenteprofiel wordt er verwezen naar de jaarlijkse Monitor Impact Cultuur, gepubliceerd door de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Ook worden de culturele doelgroepen beschreven.
Inwonersenquête
De gemeente ’s-Hertogenbosch publiceert jaarlijks de Monitor Impact Cultuur. Deze monitor geeft een overzicht van de huidige situatie en belangrijkste ontwikkelingen in de lokale (gesubsidieerde) cultuursector. Het richt zich op de culturele, sociale en economische impact van cultuur in de gemeente en volgt daarmee de indeling van de Waarde van cultuur. In de monitor staan cijfers over cultureel aanbod, startende makers en talentontwikkeling, cultuureducatie, maatschappelijke waarde, bezoekers, inkomsten en uitgaven, vestigingsklimaat en toerisme. De laatste editie is van 2025. De monitor neemt onder andere data uit Waarde van cultuur mee, maar ook data uit de monitor cultuurparticipatie.
Cultuur speelt volgens de stadsmonitor een belangrijke maatschappelijke rol in ’s-Hertogenbosch. In 2024 bezocht 90% van de inwoners een voorstelling, optreden, film of tentoonstelling en 67% bezocht een festival of cultureel evenement. Daarnaast vindt 79% van de inwoners kunst en cultuur belangrijk voor de samenleving, en is 58% zelf creatief actief.
Culturele doelgroepen
Om meer zicht te krijgen op verschillende publieksgroepen maken we gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel van Rotterdam Festivals. Dit model deelt huishoudens in verschillende publieksgroepen in op basis van hun cultuurgedrag, leefstijl en sociaal-demografische kenmerken.
Kenmerkend voor ’s-Hertogenbosch en Breda is dat de culturele doelgroepen met een intensief cultuurgebruik hier meer aanwezig zijn dan in de andere Brabantse steden. De Klassieke Cultuurliefhebbers (15,4%) zijn groter dan de Proevende Buitenwijkers (13,3%). De jongste doelgroep van Nieuwsgierige Toekomstgrijpers (0,2%) tref je in ‘s-Hertogenbosch een stuk minder. De doelgroepen van de Culturele Alleseters (8,4%) en Startende Cultuurspeurders (10%) zijn wel goed vertegenwoordigd.
Economisch kapitaal
Cultuuruitgaven gemeente
Voor de cultuuruitgaven van de gemeente kijken we naar cijfers van het CBS op basis van de Iv3-data uit gemeenterekeningen. Deze data zijn op landelijk niveau
De uitgaven aan cultuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch stegen tussen 2019 en 2023 van 28 miljoen euro naar 32,5
Samen met Tilburg en Eindhoven telt de gemeente ’s-Hertogenbosch in 2023 de meeste instellingen met landelijke financiering: in totaal zijn er vier BIS-instellingen in de gemeente, en tien instellingen ontvangen meerjarige financiering vanuit de zes rijkscultuurfondsen.
Geldstromen bij culturele organisaties
In geldstromen bij culturele organisaties brengen we de financiële ontwikkeling van culturele instellingen in ‘s-Hertogenbosch in kaart voor de periode 2019–2024, van eigen inkomsten en subsidies tot uitgaven en eigen verdienvermogen. De gegevens zijn afkomstig uit jaarrekeningen, ontvangen van de gemeente zelf, en uitgesplitst naar deelsector: producenten podiumkunsten, visuele kunsten, festivals, musea, poppodia, podia (excl. poppodia), letteren, centra voor de kunsten en bibliotheken, en overige instellingen.
We hebben voor de periode 2019-2024 gegevens over inkomsten, subsidies en lasten van 30 culturele instellingen uit ‘s-Hertogenbosch. In dit gemeenteprofiel leggen we de focus op de ontwikkelingen tussen 2019 en 2024. Hierdoor krijgen we inzicht in de veranderingen in het ‘kasboek’ van de culturele instellingen in de afgelopen zes jaar. We maken geen
Eigen inkomsten
In 2024 bedragen de totale eigen inkomsten van de Bossche culturele instellingen 25,3 miljoen euro. Hiervan is 14 miljoen euro (55%) afkomstig uit publieksinkomsten. Dit is een stijging ten opzichte van 2019: toen werd er 20,5 miljoen euro aan eigen inkomsten gegenereerd door de 30 Bossche culturele instellingen, waarvan 12,1 miljoen euro aan publieksinkomsten (59%). Hoewel de publieksinkomsten in bedrag gestegen zijn, maken deze inkomsten in 2024 een kleiner deel uit van de financieringsmix. Het aandeel sponsoring is net als in andere gemeenten bescheiden, en in ‘s-Hertogenbosch gedaald: van 1,9 miljoen euro in 2019 (9% van alle eigen inkomsten) naar 724.000 euro in 2024 (3%). Daarentegen zien we wel een stijging bij de inkomsten vanuit private fondsen in diezelfde periode.
Vervolgens kijken we hoe de totale eigen inkomsten die de instellingen in ‘s-Hertogenbosch samen genereren over de domeinen verdeeld zijn. Vooral de podia, de musea, de festivals en de bibliotheken/centra voor de kunsten nemen grote delen van de totale eigen inkomsten voor hun rekening. In 2019 kwam 34% van alle Bossche eigen inkomsten vanuit de podia. Dat aandeel steeg naar 44% in 2024. In absolute zin betreft dit een stijging van 4,3 miljoen euro: van 6,9 miljoen euro aan eigen inkomsten in 2019 naar 11,2 miljoen euro in 2024.
Bij de musea schommelt het rond de 32% in de jaren 2019-2023. In 2024 is er een scherpe daling waarna de musea nog 20% van de totale Bossche eigen inkomsten voor hun rekening nemen. De festivals dragen steevast zo’n 14% van de totale eigen inkomsten bij, en bij de bibliotheken/centra voor de kunsten schommelt dat rond 11% gemiddeld over alle jaren.
Tenslotte bekijken we per domein welk deel van de eigen inkomsten afkomstig is uit
Subsidies
In 2024 ontvangen de 30 Bossche culturele instellingen samen 32,7 miljoen euro subsidie. Dit was in 2019 23,9 miljoen euro: een stijging van 8,8 miljoen euro. De subsidies komen merendeels van de gemeente: 15 miljoen euro in 2019 (63%) en 18,5 miljoen euro in 2024 (57%). De provincie speelt in ‘s-Hertogenbosch een grotere rol dan in andere gemeenten: zij nemen in 2024 20% van de structurele subsidies voor hun rekening.
De bibliotheken/centra voor de kunsten, de podia, de festivals en de producenten van podiumkunsten ontvangen het grootste aandeel subsidie. De bibliotheken/centra voor de kunsten ontvingen 6,2 miljoen euro aan subsidies in 2019, wat steeg naar bijna 9,8 miljoen euro in 2024. Deze toename kan toe te schrijven zijn aan de uitbreiding van het (wettelijke) takenpakket van bibliotheken in die periode. Ook kunnen SPUK-gelden hierbij een rol spelen, evenals het penvoerderschap voor het CmK-programma. De podia ontvingen zo’n 3,8 miljoen euro in 2019, wat met een miljoen steeg naar 4,8 miljoen euro in 2024. Bijna 2,9 miljoen euro aan subsidies in 2019, oplopend tot 4,2 miljoen euro in 2024, ging naar de Bossche festivals. Tot slot ontvingen de producenten van podiumkunsten in 2019 zo’n 2,4 miljoen euro subsidie. Ook hier steeg het totale ontvangen subsidiebedrag, naar 3,2 miljoen euro in 2024.
Tot slot kijken we per domein, naar hoe groot het deel van de gemeentesubsidie is binnen het
Er zijn ook domeinen waar het deel van hun subsidies dat van de gemeente afkomstig is daalde. Zo hebben de podia hoge aandelen gemeentesubsidies binnen hun totale subsidiebedrag, rond de 100% in 2019, maar daalde dit licht naar 92% in 2024. Ook bij de bibliotheken/centra voor de kunsten is de bijdrage van de gemeente groot, maar dit daalt wel: van 99% in 2019, naar 77% in 2024. Dat terwijl de gemeentelijke exploitatiesubsidie voor deze sector stijgt van 6,2 miljoen euro in 2019 naar 7,6 miljoen euro in 2024. Waarschijnlijk heeft vooral de bibliotheek, gegeven de toegenomen wettelijke taken, ook meer geld uit andere bronnen kunnen werven en/of bijvoorbeeld meer projectsubsidies geworven. Dit heeft invloed op de verhoudingen tussen de overheidsbijdragen.
Bij de poppodia fluctueert het aandeel gemeentesubsidies licht, van 90% in 2019 naar 85% in 2024. De gemeentesubsidie voor de poppodia verandert in bedrag nauwelijks in die jaren (van 1,15 miljoen naar 1,17 miljoen): deze fluctuaties komen dus door andere subsidiestromen. De overige directe en indirecte subsidies (publiek geld dat niet uit structurele overheidssubsidies afkomstig is) stijgen behoorlijk, van 1,3 miljoen euro in 2019 naar 3,9 miljoen euro in 2024 voor alle Bossche geanalyseerde instellingen.
Lasten
In 2024 zijn de totale lasten van de Bossche instellingen 57,8 miljoen euro. 45% hiervan (25,8 miljoen euro) zijn aan uitgaven voor personeel. Dit is een stijging ten opzichte van 2019: toen waren de totale lasten van de Bossche instellingen 44,3 miljoen euro, waarvan 19,5 miljoen euro aan personeelslasten (44%). De verhouding tussen de totale uitgaven en de personeelsuitgaven is dus soortgelijk gebleven tussen 2019 en 2024.
Bij de visuele kunsten, festivals en de podia is het aandeel personeelslasten in de totale lasten tussen 2019 en 2024 gedaald. Bij de visuele kunsten van 34% (2019), naar 25% (2024), bij de festivals van 58% (2019) naar 51% (2024) en bij de niet-poppodia van 42% (2019) naar 37% (2024). Dit kan duiden op dalende personele lasten, maar ook op een stijging van de kosten die niet met personeel te maken hebben.
Daarnaast zijn er domeinen waarbij de personele lasten een groter deel van de uitgaven zijn gaan uitmaken, of waarbij deze verhouding gelijk is gebleven. Bij de Bossche musea stijgt het aandeel personele lasten op de totale lasten van 26% in 2019 naar 32% in 2024. Bij de producenten van podiumkunsten is het aandeel personele lasten op de totale uitgaven stabiel (rond 68%). Opvallend is dat het aandeel personele lasten binnen de visuele kunsten niet stijgt. In de drie andere grote steden van Noord-Brabant (Breda, Eindhoven en Tilburg) is dat wel het geval, en is de veronderstelling dat dit samenhangt met de honoreringsrichtlijnen in de visuele kunstensector in die steden. De personele lasten in de Bossche visuele kunstensector dalen juist van 199.000 euro (34% van de totale uitgaven) in 2019 naar 145.000 euro (25%) in 2024.
Verhouding eigen inkomsten en subsidies
Tot slot analyseren we de verhouding tussen de eigen inkomsten die de culturele instellingen hebben verworven, en de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit geeft inzicht in de financieringsmix in de Bossche culturele sector. Bij de geanalyseerde Bossche instellingen, zijn de eigen inkomsten in 2024 77% van de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit betekent dat ze voor elke euro subsidie die zij ontvangen, zelf 77 eurocent verdienen. Dit is minder dan in 2019, toen was dit nog 86 eurocent (86%).
Ook hier zien we verschillen tussen domeinen De visuele kunsten en de podia verdienen meer aan eigen inkomsten dan ze aan subsidie krijgen. Van 195% (2019) naar 585% of 5,85 euro (2024) bij de visuele kunsten, en 182% (2019) naar 231% (2024) bij de podia. In deze domeinen is het eigen verdienvermogen behoorlijk groot te noemen, en dit is ook gestegen in de afgelopen jaren.
De Bossche poppodia blijven juist achter bij die in de gemeenten als Breda, Eindhoven en Tilburg. Door de Bossche poppodia wordt minder verdiend dan er subsidie verkregen wordt: 87% in 2019, wat licht steeg naar 92% in 2024. In de andere gemeenten genereren de poppodia juist (veel) meer aan eigen inkomsten dan zij aan subsidies ontvangen. Ook is het interessant om te bekijken waarom de visuele kunsten in deze gemeente juist meer verdienen dan ze aan subsidie krijgen. In de meeste steden is dat omgekeerd.
Bij andere domeinen zien we een daling of een fluctuatie, waar het de verhouding tussen de ontvangen subsidies en de eigen inkomsten betreft. Bij de producenten van podiumkunsten daalt het aandeel van de eigen inkomsten op de ontvangen subsidies: van 51% in 2019 naar 38% in 2024: voor elke euro aan ontvangen subsidies is in 2024 38 eurocent aan eigen inkomsten vergaard. Bij de festivals fluctueert het aandeel maar is uiteindelijk lager in 2024 dan in 2019: 94% in 2019, dalend naar 81% in 2024. Bij deze twee domeinen zijn tussen 2019 en 2024 de eigen inkomsten weliswaar gestegen, maar het ontvangen subsidiebedrag is méér gestegen, waardoor de verhouding verandert. Dit hoeft niet alleen te maken te hebben met een gestegen gemeentelijke bijdrage – mogelijk zijn zij succesvoller geworden in het aanspreken van andere publieke middelen. De musea verdienen minder aan eigen inkomsten dan ze aan subsidie krijgen: 91% in 2019, met een daling naar 55% in 2024. Bij hen zien we dat de eigen inkomsten in die periode teruggelopen is, terwijl het subsidiebedrag gestegen is.
Werkgelegenheid en bedrijvigheid
Deze paragraaf brengt de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de Bossche creatieve sector in beeld. Er wordt gekeken naar bedrijfsvestigingen, werknemers en zzp’ers. De cijfers zijn gebaseerd op CBS microdata-bestanden. De creatieve sector is opgedeeld in drie subsectoren:
- Kunsten en cultureel erfgoed (KCE): o.a. podia, musea, monumenten, en producenten van podiumkunsten;
- Media en entertainment (ME): o.a. filmmakers, fotografen, bioscopen, uitgeverijen, en pretparken;
- Creatief zakelijke dienstverlening (CZD): o.a. architecten, ontwerpers, en reclamebureaus.
Bedrijvigheid
In ‘s-Hertogenbosch telde de creatieve sector in 2024 2.480 bedrijfsvestigingen, oftewel 15,4 per 1.000 inwoners. Het gaat om 12% van de bedrijfsvestigingen in alle sectoren. Van deze vestigingen valt 43% binnen de subsector CZD en 40% binnen KCE. Opvallend is dat deze verhouding in 2017 nog omgekeerd was: KCE was toen met 43% de grootste subsector, 40% van de bedrijfsvestigingen was toen actief in de CZD. Beide subsectoren groeiden in absolute aantallen, maar CZD groeide tussen 2017 en 2024 harder dan KCE (een stijging van +38% tegenover +20%).
Het totaal aantal bedrijfsvestigingen in de creatieve sector in ‘s-Hertogenbosch steeg tussen 2017 en 2024 met 29%. Daarmee blijft de groei in de gemeente achter bij het provinciale gemiddelde van 38%. Toch scoort ‘s-Hertogenbosch relatief hoog: de gemeente telt 15,4 bedrijfsvestigingen in de creatieve sector per 1.000 inwoners, tegenover een Brabants gemiddelde van 9,9. Ook binnen de subsector KCE ligt ‘s-Hertogenbosch boven het provinciale gemiddelde: 6,1 vestigingen per 1.000 inwoners, tegenover 3,9 in Brabant als geheel.
Zelfstandigen
In ‘s-Hertogenbosch waren in 2024 1.800 zzp’ers actief in de creatieve sector, waarvan 740 binnen de subsector KCE. Dit is evenveel als binnen de subsector CZD. De Bossche zzp’ers zijn vaker vrouw dan man: 860 vrouwen tegenover 740 mannen. ’s-Hertogenbosch is de enige gemeente binnen BrabantStad waar dit voorkomt. Bijna een derde van de zzp’ers in de creatieve sector is jonger dan 35 jaar (32%); binnen de subsector KCE geldt dit voor 29% van de zzp’ers.
Het aantal zzp’ers in de creatieve sector is in ‘s-Hertogenbosch de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Tussen 2017 en 2024 bedroeg de groei 15%, waar dit aantal in Brabant met gemiddeld 16% steeg. In de recentere periode 2020-2024 groeide het aantal zzp’ers in de Bossche creatieve sector met 8%, tegenover 10% in de hele provincie. Met 11,2 zzp’ers per 1.000 inwoners scoort ‘s-Hertogenbosch hoger dan het Brabantse gemiddelde van 7,1 zzp’ers. Voor de subsector KCE komt ‘s-Hertogenbosch uit op 4,6 zzp’ers per 1.000 inwoners, tegenover een provinciaal gemiddelde van 3,9. Voor de subsector CZD bedraagt dit ook 4,6 zzp’ers per 1.000 inwoners.
Werkgelegenheid
In 2024 zijn er in ‘s-Hertogenbosch 2.200 banen in de creatieve sector, dat is 13,7 banen per 1.000 inwoners. Een derde (34%) van de banen in de creatieve sector valt in de subsector KCE, net zoveel als in de subsector CZD. De overige 32% valt in de subsector ME. Tussen 2017 en 2024 is het aantal banen in de creatieve sector met 11% gestegen. In de subsector KCE is het aantal banen met 15% iets sterker gestegen (van 650 naar 750). Provinciaal zien we dat 30% van de werkenden in de creatieve sector werkzaam is in de subsector KCE. De Bossche subsector KCE is dus relatief iets groter (4 procentpunt) dan provinciaal. De subsector KCE steeg in Noord-Brabant tussen 2017 en 2024 met 10%. De totale creatieve sector in de provincie steeg met 11% in deze periode, gelijk aan de stijging in ‘s-Hertogenbosch.
Er worden in 2024 iets meer banen ingevuld door vrouwen (51%) dan door mannen (49%) in de Bossche creatieve sector en dat is gelijk aan het provinciale beeld.
32% van de banen in de Bossche creatieve sector wordt ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Provinciaal ligt dit hoger: de helft van de banen in de Brabantse creatieve sector in 2024 wordt ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar.
Kijken we naar het type contract dat verbonden is aan de banen in de Bossche creatieve sector in 2024, dan zien we dat 12% van de banen verbonden is aan een ‘flexcontract’ (oproep- en uitzendkrachten), tegenover 88% met een vast contract. In Noord-Brabant is 19% van de contracten in de creatieve sector een ‘flexcontract’. Daarmee ligt het aandeel flexcontracten in Den Bosch duidelijk lager dan het provinciale gemiddelde, en zijn de banen in de Bossche creatieve sector relatief vaker gekoppeld aan een vast contract.
In 2024 heeft bijna tweederde (64%) van de banen een contract met een omvang van 30 uur of meer, en 19% een contract met een omvang van minder dan 20 uur. In ‘s-Hertogenbosch werken relatief meer mensen in de creatieve sector met een groot contract (30 uur of meer) dan gemiddeld in Brabant, terwijl het aandeel kleine contracten (20 uur of minder) er juist lager ligt.
Bronnen
- Gemeente ‘s-Hertogenbosch, Cultuurnota 2025-2028
- Gemeente ‘s-Hertogenbosch, Monitor Impact Cultuur 2025
- CBS, Open data – Iv3
- CBS, Microdata
- Rotterdam Festivals, Culturele Doelgroepenmodel
Meer weten?
Bekijk het dashboard om meer te weten te komen over de Brabantse gemeenten.
Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.
De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.
‘s-Hertogenbosch in de Waarde van cultuur 2024