Breda

Gemeente

In dit gemeenteprofiel bekijken we hoe Breda zich verhoudt tot andere grote steden in Noord-Brabant en tot de provincie als geheel. We starten met een schets van het gemeentelijk cultuurbeleid. Binnen het cultureel kapitaal beschrijven we de bereikbaarheid van culturele voorzieningen en de aanwezige cultuurlocaties in de stad. Het sociaal kapitaal geeft inzicht in de verschillende culturele doelgroepen en bevat een verwijzing naar de inwonersenquête. Het economisch kapitaal gaat in op de cultuuruitgaven, de geldstromen binnen de culturele organisaties en de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de creatieve sector.  

De afbeelding laat de verdeling van cultuurlocaties over Breda zien, met een duidelijke clustering het centrum, maar ook veel locaties in Breda-Noord en Breda-West.

42% van cultuurlocaties gericht op beeldende kunst

42%

16,6% Klassieke Cultuurliefhebbers

vs. 12,7% in BrabantStad

16,6%

+27% eigen inkomsten

bij culturele instellingen

+27%

Samenvatting  

Breda heeft een uitgesproken profiel als stad van beeldende kunst. De stad kent relatief veel locaties voor beeldende kunst en ateliers, met een groter aandeel open ateliers dan het BrabantStad-gemiddelde. Ook telt Breda verhoudingsgewijs veel bioscopen. Podiumkunstenlocaties zijn juist ondervertegenwoordigd. Musea en bioscopen liggen wat verder van inwoners af dan elders in BrabantStad, terwijl bibliotheken en podia relatief dichtbij zijn. Het merendeel van de cultuurlocaties is niet-gesubsidieerd. 

Financieel laten de Bredase culturele instellingen een positieve ontwikkeling zien. De eigen inkomsten van de instellingen zijn de afgelopen jaren flink gestegen, vooral bij de podia. Ook de ontvangen subsidies zijn gegroeid, waarbij de gemeente veruit de grootste subsidieverlener is. Het eigen verdienvermogen van de Bredase instellingen verbeterde, al stegen de totale lasten meer dan de inkomsten. 

Breda heeft relatief veel Klassieke Cultuurliefhebbers en een grotere vertegenwoordiging van jongere doelgroepen dan gemiddeld in Brabant. 

Breda presteert ruim boven het provinciale gemiddelde als het gaat om de concentratie van bedrijven en zzp’ers in de creatieve sector. De groei blijft wat achter bij het provinciale gemiddelde. 

Gemeentelijk cultuurbeleid

Met het cultuurbeleid Stad van Creatief Talent 2025–2040, gepresenteerd in 2023, heeft Breda de ambitie om uit te groeien tot een internationale hotspot voor creativiteit, technologie en cultuur. De stad kiest naast een sterke basis aan culturele voorzieningen voor twee focusprogramma’s: cultuur voor jeugd en jongeren en talentontwikkeling in de creatieve industrie.

De gemeente maakt werk van cultuur in de openbare ruimte, in dorpen en wijken, en bij grote gebiedsontwikkelingen via de uitvoeringsagenda Ruimte voor Cultuur. Deze loopt parallel aan het cultuurbeleid.

Binnen het basisprogramma investeert de gemeente in het versterken van het culturele fundament en de uitbreiding van culturele basisvoorzieningen. In het focusprogramma jeugd en jongeren wordt extra geïnvesteerd in cultuureducatie, jongerencultuur (zoals clubcultuur, nachtcultuur en urban streets & culture) en het vergroten van de nabijheid van cultuur in wijken en dorpen. In het focusprogramma talentontwikkeling in de creatieve industrie wordt ingezet op het verstevigen van het makersklimaat en het maken van verbindingen tussen de cultuursector, het onderwijs en het bedrijfsleven.

Cultureel kapitaal

Het cultureel kapitaal gaat over de eigenstandige waarde en dynamiek van de culturele sector. Het gaat hier vooral over de ‘tastbare’ kant van het cultureel kapitaal. In het gemeenteprofiel wordt er gekeken naar de culturele infrastructuur van Breda en de Bredase cultuurlocaties inclusief eventuele subsidierelaties.

Culturele infrastructuur

We presenteren de cijfers uit de benchmark die tot op gemeenteniveau beschikbaar zijn. Dat zijn de nabijheid van culturele voorzieningen voor inwoners van de gemeente, de vestigingen en servicepunten van bibliotheken en locaties van bioscopen en/of filmhuizen.

De KB telde in 2023 drie bibliotheekvestigingen in de gemeente Breda (1,6 vestigingen per 100.000 inwoners). De gemiddelde afstand tot deze locaties is 2,4 km, waarmee de gemeente op de vierde plek komt in de BrabantStad. Naast de drie vestigingen zijn er ook zeven afhaalpunten waar de Bredanaars terecht kunnen.

De afstand tot een podium voor professionele podiumkunsten is gemiddeld 3,4 km voor de inwoners van Breda (positie 3) en 3,7 km voor een poppodium (positie 2). Voor het dichtstbijzijnde museum (3,5 km) of bioscoop (3,5 km) legt men in Breda een vergelijkbare afstand af, beide goed voor een vierde positie in BrabantStad.

In 2024 opende een nieuwe bioscoop in Breda, waardoor het aantal bioscopen en filmhuizen steeg van 3 naar 4 (van 1,6 naar 2,1 per 100.000 inwoners). Per capita telt Breda daarmee het hoogste aantal bioscopen in de provincie. In totaal zijn er 22 doeken in de gemeente met 3.126 stoelen, goed voor een tweede positie in BrabantStad.

Cultuurlocaties en subsidierelatie

In het onderdeel Cultuurlocaties schetsen we een beeld van de cultuurlocaties in Breda, zowel gesubsidieerd als niet-gesubsidieerd. We kijken naar de verdeling over disciplines als beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, en naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde locaties. Waar relevant vergelijken we Breda met het BrabantStad-beeld. Deze editie komen voor het eerst ook de ateliers als losse categorie aan bod.

De gemeente Breda kent 106 cultuurlocaties. 42% hiervan (44 locaties) is een plek voor beeldende kunst. Daarmee heeft de stad verhoudingsgewijs veel van dit soort plekken. Voorbeelden hiervan zijn studio KASBOEK en Clublokaal. Ook kent Breda iets meer locaties voor film dan in BrabantStad, namelijk 9% in Breda versus 8% in BrabantStad. Denk aan de Pathé bioscoop op het Chasséveld en het Filmhuis Breda.

Bij de overige disciplines geldt het omgekeerde: daar heeft Breda net een iets minder groot aandeel cultuurlocaties dan in BrabantStad. Het grootste verschil is te zien bij de podiumkunsten. Enkele voorbeelden van cultuurlocaties in de andere disciplines zijn de Nieuwe Veste (multifunctionele locatie) en MEZZ (muziek).

DomeinBrabantStadBreda
Beeldende kunst33%42%exclusief ateliers
Muziek17%15%
Musea14%13%
Podiumkunsten16%10%
Film8%9%
Multifunctionele locaties9%8%
Bibliotheken4%3%exclusief afhaal- of servicepunten
Totaal100%100%

Gesubsidieerd vs. niet-gesubsidieerd

Van de gevonden cultuurlocaties is 71% niet-gesubsidieerd. Dit komt overeen met BrabantStad in totaal. De meeste niet-gesubsidieerde locaties zijn plekken voor beeldende kunst, gevolgd door muziek, musea en podiumkunsten. Breda kent 8 multifunctionele locaties, waarvan 50% gesubsidieerd en 50% niet gesubsidieerd. Voorbeelden hiervan zijn Podium Bloos (met subsidie) en Holy Moly Club (zonder subsidie).

Breda kent relatief meer niet-gesubsidieerde museumlocaties (zoals Heemschuur De Stee) dan in BrabantStad. Bij de overige disciplines is het beeld juist omgekeerd. Daar zijn minder niet-gesubsidieerde locaties dan BrabantStad als geheel.

Data downloaden uit deze grafiek?

Ateliers

Deze editie nemen we ook ateliers mee, zowel open als gesloten. BrabantStad telt in totaal 370 ateliers, waarvan 72% open is. Breda kent 68 ateliers, waarvan 79% open is. Het aandeel open ateliers is daarmee hoger dan het BrabantStad-gemiddelde. Dit is in lijn met het relatief grote aandeel locaties voor beeldende kunst in Breda. Enkele voorbeelden van open ateliers zijn Atelier 146, Het kintsugi atelier en Atelier Jongerius.

Data downloaden uit deze grafiek?

Sociaal kapitaal

Het sociaal kapitaal gaat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur: de waarde van kunst, cultuur en erfgoed voor het individu en voor de gemeenschap. In dit gemeenteprofiel wordt verwezen naar de Bredase stadsenquête, waar cultuur onderdeel van uitmaakt. Ook worden de culturele doelgroepen in Breda beschreven.

Inwonersenquête

In Breda worden Bredanaars jaarlijks ondervraagd met een stadsenquête. Bewoners delen hun mening en ervaringen over thema’s als digitalisering, de binnenstad, groen, duurzaamheid, cultuur en sport. De resultaten zijn in te zien via de website van de gemeente Breda.

Volgens de Stadsenquête 2024-2025 krijgt het cultuuraanbod in Breda een waarderingscijfer van 7,3. Meer dan 80% van de inwoners bezocht ten minste één culturele basisinstelling. Het Chassé Theater werd bezocht door 62% van de Bredanaren, terwijl Nieuwe Veste (39%), Blind Walls Gallery (38%) en Pier15 (34%) elk meer dan een derde van de inwoners mocht verwelkomen. Daarnaast doet 41% van de kinderen wekelijks aan culturele activiteiten in de vrije tijd.

De belangrijkste resultaten van de Stadsenquête 2025-2026 zijn:

  • Het cultuuraanbod wordt beoordeeld met een 7,3. Dat is hoger dan in 2021 (7,1).
  • 81% van de Bredanaars heeft de afgelopen 12 maanden één of meer van de
    voorgelegde basisinstellingen voor cultuur (zoals Chassé Theater of Stedelijk Museum
    Breda) bezocht.
  • 38% van de kinderen van 0 tot en met 17 jaar onderneemt minimaal één keer per week
    een (on)georganiseerde culturele activiteit in de vrije tijd.

Culturele doelgroepen

Om meer zicht te krijgen op verschillende publieksgroepen maken we gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel van Rotterdam Festivals. Dit model deelt huishoudens in verschillende publieksgroepen in op basis van hun cultuurgedrag, leefstijl en sociaal-demografische kenmerken.

Breda heeft van de grotere Brabantse steden het grootste aandeel Klassieke Cultuurliefhebbers (16,6%). Dat sluit aan bij het sterke profiel van de stad op het gebied van beeldende kunst. Breda lijkt qua publieksprofiel op ’s-Hertogenbosch. Wel is de jonge doelgroep van Nieuwsgierige Toekomstgrijpers (1%) hier meer te vinden, wat aansluit bij de beleidsmatige aandacht voor jeugd en talentontwikkeling. Ook de jongere doelgroepen als de Startende Cultuurspeurders (11,4%) en Culturele Alleseters (7,3%) zijn in Breda meer aanwezig dan in Brabant als geheel.

Data downloaden uit deze grafiek?
Data downloaden uit deze grafiek?

Economisch kapitaal

Het economisch kapitaal gaat in op de bedrijvigheid en financiële stromen. In dit gemeenteprofiel beschrijven we de cultuuruitgaven van de gemeente, de geldstromen van culturele organisaties in de gemeente en de werkgelegenheid en bedrijvigheid. Waar mogelijk geven we een overzicht van het aantal organisaties met financiering vanuit het Rijk.

Cultuuruitgaven gemeente

De cultuuruitgaven van de gemeente Breda namen tussen 2019 en 2023 toe van 28,1 miljoen euro (153 euro per inwoner) naar 32,7 miljoen euro (175 euro per inwoner). In vergelijking met de andere BrabantStad-gemeenten neemt Breda daarmee een vierde positie in. In Breda zijn vier instellingen met meerjarige financiering van de rijkscultuurfondsen.

Geldstromen bij culturele organisaties

In geldstromen bij culturele organisaties brengen we de financiële ontwikkeling van culturele instellingen in Breda in kaart voor de periode 2019–2024, van eigen inkomsten en subsidies tot uitgaven en eigen verdienvermogen. De gegevens zijn afkomstig uit jaarrekeningen, ontvangen van de gemeente zelf, en uitgesplitst naar deelsectoren: producenten podiumkunsten, visuele kunsten, festivals, musea, poppodia, podia (excl. poppodia), letteren, centra voor de kunsten en bibliotheken, en overige instellingen.

We hebben voor de periode 2019-2024 gegevens over inkomsten, subsidies en lasten van 30 culturele instellingen uit Breda. In dit gemeenteprofiel leggen we de focus op de ontwikkelingen tussen 2019 en 2024. Hierdoor krijgen we inzicht in de veranderingen in het ‘kasboek’ van de culturele instellingen in de afgelopen zes jaar. We maken geen vergelijking tussen gemeenten. Elke BrabantStad-gemeente heeft een eigen cultureel profiel, dat mede voortvloeit uit lokale beleidskeuzes. Bovendien hebben niet alle gemeenten over al hun instellingen data kunnen aanleveren. Om die redenen is een onderlinge vergelijking of een BrabantStad-gemiddelde weinig zinvol. De uitkomsten van de analyses van alle instellingen in BrabantStad staan bij Geldstromen bij culturele organisaties.

Eigen inkomsten

In 2024 bedragen de totale eigen inkomsten van de Bredase culturele instellingen 19,6 miljoen euro. Van dit totaalbedrag komt 15,8 miljoen euro (81%) uit publieksinkomsten. De publieksinkomsten zijn in vergelijking met 2019 met 4 miljoen euro gestegen. Ook zijn ze in 2024 een groter onderdeel van de totale inkomsten. In 2019 was er 15,4 miljoen euro aan totale eigen inkomsten, waarvan 11,6 miljoen euro aan publieksinkomsten (75%). Het aandeel sponsoring in de totale eigen inkomsten is in Breda bescheiden en wisselt enigszins per jaar: 380.000 euro in 2024 (2% van de totale eigen inkomsten) en 350.000 euro in 2019 (2%).

Data downloaden uit deze grafiek?

Vervolgens kijken we hoe de totale eigen inkomsten in Breda over de disciplines verdeeld zijn. De podia (zoals het Chassé Theater en Podium Bloos) hebben het grootste aandeel in de totale eigen inkomsten in de gemeente Breda. In 2024 genereerden de podia 57% van de totale eigen inkomsten in de gemeente, gelijk aan 2019. In die periode stegen de eigen inkomsten van de podia met 2,5 miljoen euro, tot 8,7 miljoen euro in 2024.

Bij de Bredase festivals, zoals Breda Photo en het Brabants Internationaal Kinderfestival (BRIK), dalen de eigen inkomsten tussen 2022 en 2024, na een groei tussen 2019 en 2022. Het piekjaar lag in 2022, met 1,1 miljoen euro aan eigen inkomsten. In 2024 is dit gedaald naar 680.000 euro. De groei van de eigen inkomsten is wél doorgezet bij de Bredase poppodia, van 900.000 euro in 2019 (7% van het gemeentelijk totaal) naar bijna 2 miljoen euro in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Tenslotte bekijken we per domein welk deel van de eigen inkomsten afkomstig is uit publieksinkomsten. Publieksinkomsten zijn inkomsten zoals kaartverkoop/recettes, inkomsten uit horeca, en andere inkomsten die direct met publiek te maken hebben. In 2024 zijn de publieksinkomsten 80% van de eigen inkomsten, in 2019 was dit nog 75%. Vooral de poppodia vallen op: bij hen zijn de publieksinkomsten 98% van hun eigen inkomsten, waar dit in 2019 nog 87% was. Bij de producenten van podiumkunsten en de centra voor de kunsten liep deze verhouding juist wat terug.

Data downloaden uit deze grafiek?

Subsidies

In 2024 ontvangen de 30 Bredase culturele instellingen samen 29,4 miljoen euro subsidie en dit is een stijging van 4,4 miljoen euro ten opzichte van 2019. Het overgrote deel van de subsidies (24,8 miljoen euro, 75% van alle subsidies) komt van de gemeente. Dat benadrukt haar belangrijke rol in de financiering van cultuur. De bijdragen vanuit andere subsidiestromen (de provincie, het Rijk (BIS), de rijkscultuurfondsen en overige subsidies) zijn ieder goed voor 3% tot 5% van de totale subsidiegelden bij de Bredase culturele instellingen.

Data downloaden uit deze grafiek?

Het totale subsidiebedrag is verdeeld over de verschillende disciplines. De bibliotheken/centra voor de kunsten ontvangen het meeste subsidie: 12,4 miljoen euro in 2024, ruim 1 miljoen euro meer dan in 2019. De Bredase podia (excl. poppodia) en musea ontvangen ook relatief veel subsidie: in 2024 ontvingen de podia 6,8 miljoen euro aan subsidies, de musea ontvingen 4,3 miljoen euro. Wederom zijn de bedragen met ongeveer een miljoen euro gestegen tussen 2019 en 2024. De hoeveelheid subsidies die de Bredase festivals ontving is sterk gestegen tussen 2019 en 2022, maar daalt ook weer sterk in 2024: 1 miljoen euro in 2019, 1,9 miljoen euro in 2022 en 860.000 euro in 2024. Dit lijkt met name te maken te hebben met het tweejaarlijkse karakter van een Bredaas festival als Breda Photo, en het feit dat een grote speler in het Bredase festivallandschap (Playgrounds) per 2023 in Eindhoven gevestigd is.

Tot slot kijken we, per discipline, naar hoe groot het deel van de gemeentesubsidie is binnen het totaal aan ontvangen subsidies. De gemeente Breda is, net als in andere gemeenten, bij een aantal disciplines verreweg de belangrijkste subsidieverlener. Het aandeel gemeentesubsidies op de totale subsidies voor musea, podia en bibliotheken/centra voor de kunsten is meer dan 90%, tot soms 100%.

Er zijn ook disciplines waarbij de gemeentelijke subsidies minder dominant zijn in de financieringsmix. Bij de visuele kunsten zijn de gemeentesubsidies ruim 50% van de totale subsidies, voor de Bredase producenten van podiumkunsten is dit minder dan 20%. Hier zien we dat de rol van de provincie en de Rijkscultuurfondsen aanmerkelijk groter is. Daarnaast maakte het Bredase gezelschap De Stilte in de periode 2021-2024 onderdeel uit van de Basisinfrastructuur (BIS). Deze producent van podiumkunsten kreeg daardoor een substantieel bedrag vanuit het Rijk en dat beïnvloedt de cijfers.

Bij de Bredase festivals schommelt het aandeel gemeentelijke subsidies van jaar tot jaar tussen de 25% en bijna 70%. Festivals weten in de jaren dat zij een editie hebben aanzienlijk meer subsidies vanuit (bijvoorbeeld) de Rijkscultuurfondsen aan te trekken. Verhoudingsgewijs is in die jaren de inbreng van de gemeente wat kleiner, omdat zij juist continuïteit bieden via meerjarige (exploitatie)subsidies, ook in jaren waarin er geen festivaleditie is.

Data downloaden uit deze grafiek?

Lasten

In 2024 bedragen de totale lasten van de Bredase instellingen 49 miljoen euro. Hiervan bestaat 23 miljoen euro (47%) uit personeelskosten. Ten opzichte van 2019 zijn de totale lasten met 16 miljoen euro gestegen. Ook de personeelskosten namen toe, van 17,5 miljoen euro in 2019 naar 23 miljoen euro in 2024. Deze stijging bleef echter achter bij de groei van de totale lasten. Daardoor daalde het aandeel personeelskosten in de totale uitgaven van 53% in 2019 naar 47% in 2024. De toename van de totale lasten is vooral zichtbaar bij de podia en de producenten van podiumkunsten.

Data downloaden uit deze grafiek?

De ontwikkelingen verschillen tussen disciplines. Bij de festivals zien we een sterke daling van het aandeel personele lasten in de totale uitgaven: van 72% van de totale uitgaven in 2019 naar 32% in 2024. Deze verschillen komen mede door de tweejaarlijkse festivals, en een verschuiving in het Bredase festivallandschap, zoals ook eerder benoemd. Binnen de festivals als geheel zien we vooral dat de totale uitgaven sterker gestegen zijn dan de personele uitgaven.

Ook bij de poppodia daalt het aandeel van de personele lasten sterk: van 57% van de totale lasten in 2019 naar 28% in 2024. De totale lasten zijn wel toegenomen. Zij kampen dus met andere gestegen kosten. Het aandeel personeelslasten stijgt bij de visuele kunsten (van 45% in 2019 naar 51% van de totale lasten in 2024). Dit houdt mogelijk verband met de vroege aandacht voor ‘fair pay’ in deze sector. Zo zijn in de visuele kunsten als één van de eerste culturele sectoren scherpe honoreringsrichtlijnen geformuleerd. We zien bij visuele kunsten de totale lasten flink afnemen tussen 2019 en 2024, maar de personele lasten slechts licht dalen.

Data downloaden uit deze grafiek?

Verhouding eigen inkomsten en subsidies

Tot slot analyseren we de verhouding tussen de eigen inkomsten die de culturele instellingen hebben verworven, en de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit geeft inzicht in de financieringsmix in de Bredase culturele sector. In de totale Bredase culturele sector maken de eigen inkomsten in 2024 67% uit van de ontvangen subsidies. Dat betekent dat de Bredase instellingen voor elke euro subsidie zelf 67 eurocent bijverdienen. Dat is meer dan in 2019, toen lag dit op 61 eurocent.

Tussen de verschillende disciplines zien we verschillen. Alleen de poppodia en podia verdienen meer aan eigen inkomsten dan ze aan subsidie krijgen, en dit is gestegen tussen 2019 en 2024. Bij de poppodia is dit in 2024 285%, oftewel 2,85 euro aan eigen inkomsten per euro aan ontvangen subsidies. Dit is een behoorlijke stijging vanaf 1,75 euro in 2019. Bij de podia (excl. poppodia) zien we ook een stijging van deze verhouding: in 2024 was dit 165%, waar dit in 2019 nog 151% was. Musea scoren relatief laag wat de verhouding inkomsten en subsidies betreft, maar er zit wel enige groei in: de verhouding is 12% (oftewel 12 eurocent) in 2019 en 13% in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Werkgelegenheid en bedrijvigheid

Deze paragraaf brengt de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de Bredase creatieve sector in beeld. Er wordt gekeken naar bedrijfsvestigingen, werknemers en zzp’ers. De cijfers zijn gebaseerd op CBS microdata-bestanden. De creatieve sector is opgedeeld in drie subsectoren:

  • Kunsten en cultureel erfgoed (KCE): o.a. podia, musea, monumenten, en producenten van podiumkunsten;
  • Creatief zakelijke dienstverlening (CZD): o.a. architecten, ontwerpers, en reclamebureaus.
  • Media en entertainment (ME): o.a. filmmakers, fotografen, bioscopen, uitgeverijen, en pretparken;

Bedrijvigheid

In Breda telde de creatieve sector in 2024 2.640 bedrijfsvestigingen, oftewel 14,0 per 1.000 inwoners. Dit is 12% van het totaal aantal bedrijfsvestigingen in alle sectoren. Van deze vestigingen in de creatieve sector valt 43% binnen de subsector CZD, 37% binnen KCE en 20% binnen ME. Deze verdeling is over de jaren nauwelijks veranderd.

Data downloaden uit deze grafiek?

Het totale aantal bedrijfsvestigingen in de Bredase creatieve sector steeg tussen 2017 en 2024 met 35%, daarmee ligt de groei iets onder het provinciale gemiddelde van 38%. Voor de subsector KCE bedroeg de groei 31%. In relatieve zin doet Breda het goed: met 14,0 vestigingen per 1.000 inwoners in de totale creatieve industrie en 5,2 bedrijfsvestigingen per 1.000 inwoners in de subsector KCE ligt de gemeente boven het Brabantse gemiddelde van respectievelijk 9,9 en 3,9 bedrijfsvestigingen per capita.

Zelfstandigen

In Breda waren in 2024 1.850 zzp’ers actief in de creatieve sector, waarvan 39% binnen de subsector KCE. Dit is evenveel als binnen de subsector CZD. De Bredase creatieve zzp’ers zijn vaker man dan vrouw: 1.020 mannen tegenover 830 vrouwen. Een groot deel van de zzp’ers in de Bredase creatieve sector is jonger dan 35 jaar (38%). Binnen de subsector KCE geldt dit voor 36%.

Het aantal zzp’ers in de creatieve sector is in Breda de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Tussen 2017 en 2024 bedroeg de groei 21%, wat overeenkomt met het Brabantse beeld.

Met 9,8 zzp’ers in de creatieve sector per 1.000 inwoners scoort Breda duidelijk hoger dan het Brabantse gemiddelde van 7,1. Voor de subsector KCE komen Breda en Noord-Brabant uit op hetzelfde niveau: 3,9 zzp’ers per 1.000 inwoners.

Werkgelegenheid

In 2024 zijn er in Breda 2.110 banen in de creatieve sector, dat is 11,2 banen per 1.000 inwoners. De helft van de banen in de creatieve sector valt in de subsector CZD, gevolgd door 32% in de subsector KCE en 18% in de subsector ME. Tussen 2017 en 2024 is het aantal banen in de creatieve sector met 2% gestegen, ook in de subsector KCE. Provinciaal zien we dat 30% van de werkenden in de creatieve sector werkzaam is in de subsector KCE. De Bredase subsector KCE is dus relatief groter (2 procentpunt) dan provinciaal. De subsector KCE steeg in Noord-Brabant tussen 2017 en 2024 met 10%. De totale creatieve sector in de provincie steeg met 11% in deze periode, dat is meer dan de stijging in Breda.

Data downloaden uit deze grafiek?

Er worden in 2024 meer banen ingevuld door vrouwen (53%) dan door mannen (47%) in de Bredase creatieve sector. Dit is tegenovergesteld aan het beeld bij de zzp’ers. Provinciaal zien we dat 51% van de banen in de creatieve sector wordt ingevuld door vrouwen en 49% door mannen. Breda volgt hiermee grotendeels het provinciale patroon, met een licht hoger aandeel vrouwen in de creatieve sector.

Kijken we naar leeftijd, dan wordt 50% van de banen in de Bredase creatieve sector ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Provinciaal is dit beeld gelijk: ook in de Brabantse creatieve sector in 2024 wordt de helft van de banen ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar.

Data downloaden uit deze grafiek?

Kijken we naar het type contract dat verbonden is aan de banen in de Bredase creatieve sector in 2024, dan zien we dat 18% van de banen verbonden is aan een ‘flexcontract’ (oproep- en uitzendkrachten), tegenover 82% met een vast contract. Het provinciale beeld is vergelijkbaar.

In 2024 is 62% van de banen een contract met een omvang van 30 uur of meer, en 24% is een contract met een omvang van minder dan 20 uur. Provinciaal is dit beeld redelijk vergelijkbaar: 56% van de banen in de creatieve sector is een contract van 30 uur of meer, terwijl 27% van de banen een contract van minder dan 20 uur omvat. In Breda werken relatief meer mensen in de creatieve sector met een groot contract (30 uur of meer) dan gemiddeld in Brabant, terwijl het aandeel kleine contracten (20 uur of minder) er juist lager ligt.

Data downloaden uit deze grafiek?

Bronnen

Meer weten?

Bekijk het dashboard om meer te weten te komen over de Brabantse gemeenten.

Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.

De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.

Breda in de Waarde van cultuur 2024