Gemeentelijk cultuurbeleid
In 2025 presenteerde de gemeente Roosendaal de nieuwe Cultuurnota 2025–2040: Cultuur verbindt en kleurt Roosendaal. Met deze nota wil de gemeente het bestaande cultuurbeleid verder versterken en ontwikkelen. Hierbij wordt een sterke verbinding gelegd met andere domeinen: sport en cultuur via street culture, cultuur en erfgoed en kunst en welzijn.
Roosendaal beschrijft de volgende vijf ambities:
- Versterken van de culturele basisinfrastructuur.
- Letterlijk en figuurlijk creëren van ruimte voor cultuur in de stad en dorpen.
- Investeren in cultuur voor iedereen en zo bijdragen aan een inclusieve samenleving.
- Stimuleren van cultuur van dichtbij in de wijken, dorpen en stad en dit uitdragen in de provinciale en landelijke samenwerking.
- Verbinden met cultuur.
Cultureel kapitaal
Het cultureel kapitaal gaat over de eigenstandige waarde en dynamiek van de culturele sector. Het gaat hier vooral over de meer ‘tastbare kant’ van het cultureel kapitaal. In het gemeenteprofiel wordt er gekeken naar de culturele infrastructuur van Roosendaal en de Roosendaalse
Culturele infrastructuur
Voor de culturele infrastructuur kijken we naar cijfers uit de benchmark die tot op gemeenteniveau beschikbaar zijn en vergelijken de gemeente binnen BrabantStad. We gaan in op de nabijheid van culturele voorzieningen voor inwoners van de gemeente. Daarnaast kijken we naar de vestigingen en servicepunten van bibliotheken en locaties van bioscopen en/of filmhuizen.
De gemeente Roosendaal heeft twee bibliotheekvestigingen, aangevuld met drie
De gemiddelde afstanden tot een museum (3,3 km) of podium met professionele podiumkunsten (3,4 km) zijn relatief laag. Binnen BrabantStad is dat goed voor een derde positie. Voor een poppodium moeten inwoners van Roosendaal gemiddeld echter verder reizen dan inwoners van andere BrabantStad-gemeenten: 15,3 km.
Cultuurlocaties en subsidierelatie
In het onderdeel Cultuurlocaties schetsen we een beeld van de cultuurlocaties in Roosendaal, zowel gesubsidieerd als niet-gesubsidieerd. We kijken naar de verdeling over disciplines als beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, en naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde locaties. Waar relevant vergelijken we Roosendaal met het BrabantStad-beeld. Deze editie komen voor het eerst ook de ateliers als losse categorie aan bod.
De gemeente Roosendaal kent
Opvallend is dat Roosendaal met slechts 5% (2 locaties) verhoudingsgewijs weinig museumlocaties kent in vergelijking met BrabantStad (14%). Voor de overige disciplines geldt dat ook: Roosendaal kent een (iets) kleiner aandeel cultuurlocaties dan in BrabantStad. Enkele voorbeelden van cultuurlocaties in de andere disciplines zijn C-Cinema Roosendaal en ‘t Muziekhuis.
| BrabantStad | Roosendaal | ||
|---|---|---|---|
| Podiumkunsten | 16% | 43% | |
| Beeldende kunst | 33% | 18% | exclusief ateliers |
| Muziek | 17% | 16% | |
| Multi | 9% | 9% | |
| Film | 8% | 7% | |
| Musea | 14% | 5% | |
| Bibliotheek | 4% | 2% | |
| Totaal | 100% | 100% |
Gesubsidieerd vs. niet-gesubsidieerd.
Van de cultuurlocaties in Roosendaal is 80% zonder subsidie. Dit ligt aanzienlijk hoger dan BrabantStad in totaal (71%), waarmee Roosendaal het hoogste aandeel locaties zonder subsidie heeft van alle BrabantStad-gemeenten.
Per discipline zijn er opvallende verschillen. Anders dan in de meeste andere BrabantStad-gemeenten worden in Roosendaal geen film- of
Roosendaal heeft verhoudingsgewijs veel podiumkunstenlocaties, maar ook daar ligt het aandeel met subsidie lager dan in BrabantStad: 21% in Roosendaal tegenover 35% in BrabantStad. Voorbeelden van podiumkunstenlocaties zijn De Kring, Openluchttheater Nispen (met subsidie), Openluchttheater Vrouwenhof, Stichting Cultuurhuis Bovendonk en C-Cinema Roosendaal (zonder subsidie).
Ateliers
Deze editie nemen we ook ateliers mee, zowel open als gesloten ateliers. Roosendaal kent met 11 ateliers het kleinste aantal van BrabantStad, waarvan 59% open is. BrabantStad telt in totaal 370 ateliers, waarvan 72% open is. Het aandeel open ateliers ligt daarmee onder het BrabantStad-gemiddelde. Voorbeelden van ateliers zijn KunstAtelier 2crea8, Les Quatre Chats (open), Atelier Gotscha en Atelier Marijke Maas (gesloten).
Beeldende kunstlocaties zijn bij voorbeeld galeries, instellingen voor beeldende kunst (voorheen presentatie-instellingen genoemd), expositie- of kunstruimtes, kunstuitleencentra, e.d. Ateliers zijn ook beeldende kunstlocaties, maar in deze analyse apart gehouden. Bij de ateliers is via ‘web crawlers’ gekeken of zij openings- of bezoektijden hebben staan op Google Maps en/of de eigen website en of zij te bezoeken workshops, exposities en/of manifestaties organiseren (volgens opgave van de eigen website). Was dat het geval dan werden ze als ‘open’ atelier aangemerkt. Was dat niet het geval dan werden ze als ‘gesloten’ gezien, ofwel als een pure maakplek in de beeldende kunst zonder openbare toegankelijkheid.
Sociaal kapitaal
Het sociaal kapitaal gaat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur: de waarde van kunst, cultuur en erfgoed voor het individu en voor de gemeenschap. In het gemeenteprofiel wordt er verwezen naar de Roosendaalse bewonersenquête, waar cultuur onderdeel van uitmaakt. Ook worden de culturele doelgroepen in Roosendaal beschreven.
Inwonersenquête
De gemeente Roosendaal heeft in 2025 voor de 14e keer onder inwoners van 16 jaar en ouder een bewonersenquête uitgezet. Volgens de Bewonersenquête 2025 maakte 60% van de inwoners gebruik van het culturele aanbod in Roosendaal. Muziekoptredens, concerten en festivals (35%) en bioscoop- en filmhuisbezoek (31%) zijn het populairst. Daarnaast neemt 27% van de inwoners zelf deel aan kunstzinnige activiteiten, vooral muziek maken en tekenen of schilderen.
De vraagstellingen in de enquête komen niet overeen met de Brabantse Cultuurpeiling en de landelijke Vrijetijdsomnibus. Dat betekent dat uitkomsten niet één op één met elkaar vergeleken kunnen worden.
Culturele doelgroepen
Om meer zicht te krijgen op verschillende publieksgroepen maken we gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel van Rotterdam Festivals. Dit model deelt huishoudens in verschillende publieksgroepen in op basis van hun cultuurgedrag, leefstijl en sociaal-demografische kenmerken.
Het doelgroepenprofiel van Roosendaal lijkt op dat van Helmond, waar ook relatief minder huishoudens zijn die intensief aan cultuur deelnemen. De grootste doelgroep is de Proevende Buitenwijker (29,8%), die in Roosendaal sterker aanwezig is dan gemiddeld in Brabant. De veelbezoekende Culturele Alleseters (2,7%) en gezinsgerichte Kindrijke Cultuurvreters (1,7%) komen hier juist relatief minder voor.
Economisch kapitaal
In het economisch kapitaal kijken we naar de culturele bedrijvigheid in termen van financiële stromen, het aantal bedrijven en de werkgelegenheid. In het Roosendaalse gemeenteprofiel staan we stil bij de
Cultuuruitgaven gemeente
De gemeente Roosendaal gaf in 2023 nagenoeg 8 miljoen euro uit aan cultuur, een stijging ten opzichte van 2019 (6,2 miljoen euro). Per inwoner stegen de uitgaven daarmee van 81 euro naar 103 euro. Ondanks de stijging blijft dit het laagste bedrag per inwoner binnen BrabantStad (positie 7). Het ligt ook onder het provinciale gemiddelde van 117 euro per inwoner.
Geldstromen bij culturele organisaties
In geldstromen bij culturele organisaties brengen we de financiële ontwikkeling van culturele instellingen in Roosendaal in kaart voor de periode 2019–2024, van eigen inkomsten en subsidies tot uitgaven en eigen verdienvermogen. De gegevens zijn afkomstig uit jaarrekeningen, ontvangen van de gemeente zelf, en uitgesplitst naar deelsector: producenten podiumkunsten, visuele kunsten, festivals, musea, poppodia, overige podia, letteren, centra voor de kunsten en bibliotheken, en overige instellingen.
We hebben voor de periode 2019-2024 gegevens over inkomsten, subsidies en lasten ontvangen van zes culturele instellingen uit Roosendaal. In dit gemeenteprofiel leggen we de focus op de ontwikkelingen tussen 2019 en 2024. Hierdoor krijgen we inzicht in de veranderingen in het ‘kasboek’ van de culturele instellingen in de afgelopen 6 jaar. In dit onderzoeksonderdeel vergelijken we gemeenten niet onderling. Elke BrabantStad-gemeente heeft een eigen cultureel profiel, dat mede voortvloeit uit lokale beleidskeuzes. Bovendien hebben niet alle gemeenten over al hun instellingen data kunnen aanleveren. Om die redenen is een onderlinge vergelijking of een BrabantStad-gemiddelde weinig zinvol. De uitkomsten van de analyses van alle instellingen in BrabantStad vind je op Geldstromen bij culturele organisaties.
Eigen inkomsten
In 2024 hebben de zes instellingen uit Roosendaal 4,2 miljoen euro aan totale eigen inkomsten, waarvan 2,6 miljoen euro aan publieksinkomsten (61%). Dit is een stijging ten opzichte van 2019: toen waren de totale eigen inkomsten 2,6 miljoen euro, waarvan 1,9 miljoen euro aan publieksinkomsten (71%). De totale inkomsten zijn dus gestegen, maar het aandeel publieksinkomsten daarbinnen is relatief gedaald. Het aandeel sponsoring is nihil in alle jaren.
Subsidies
Naast de eigen inkomsten van de 6 instellingen, brengen we ook de ontvangen subsidies in beeld. In 2024 ontvingen de culturele instellingen uit Roosendaal voor 11,8 miljoen euro aan subsidies. Dit is een stijging ten opzichte van 2019: toen was dit 8,7 miljoen euro aan ontvangen subsidies. De subsidies komen veruit voor het grootste deel van de gemeente, wat hun belangrijke rol in de financiering van cultuur benadrukt. De gemeentesubsidies bedroegen in 2019 7,9 miljoen euro (91% van de totale ontvangen subsidies), waarna dit bedrag steeg naar 9,3 miljoen euro in 2024 (79%).
Lasten
Vervolgens gaan we in op de uitgaven, oftewel de lasten, van de culturele instellingen in Roosendaal. In 2024 hadden zij gezamenlijk 15,8 miljoen euro aan totale lasten, waarvan 6,7 miljoen euro opging aan personeelslasten. (42%). In 2019 waren hun totale lasten 10,7 miljoen euro, waarvan 4,6 miljoen euro aan personeelslasten (43%). Hoewel de lasten over het algemeen gestegen zijn, is het deel hiervan dat aan personeelsuitgaven besteed wordt relatief stabiel over de jaren heen.
Verhouding eigen inkomsten en subsidies
Tot slot analyseren we de verhouding tussen de eigen inkomsten die de culturele instellingen hebben verworven, en de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit geeft inzicht in de financieringsmix in de lokale culturele sector. De eigen inkomsten maken in 2024 36% uit van de verkregen subsidies. Oftewel, voor elke euro aan ontvangen subsidie, verdienen de instellingen 36 eurocent aan eigen inkomsten. In 2019 waren de eigen inkomsten nog 30% van de verkregen subsidies. Het eigen verdienvermogen is dus licht gestegen in de afgelopen jaren.
Werkgelegenheid en bedrijvigheid
We brengen de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de Roosendaalse creatieve sector in beeld. Er wordt gekeken naar bedrijfsvestigingen, werknemers en zzp’ers. De creatieve sector is opgedeeld in drie subsectoren:
- Kunsten en cultureel erfgoed (KCE): o.a. podia, musea, monumenten, en producenten van podiumkunsten;
- Media en entertainment (ME): o.a. filmmakers, fotografen, bioscopen, uitgeverijen, en pretparken;
- Creatief zakelijke dienstverlening (CZD): o.a. architecten, ontwerpers, en reclamebureaus.
Bedrijvigheid
In Roosendaal telde de creatieve sector in 2024 520 bedrijfsvestigingen, oftewel 6,7 per 1.000 inwoners. Het gaat om 7% van de bedrijfsvestigingen in alle sectoren. Van deze vestigingen valt 44% binnen de subsector CZD en 37% binnen KCE. Opvallend is dat deze verhouding in 2017 nog gelijk was: zowel KCE als CZD vertegenwoordigden toen elk 39% van de creatieve sector. Sindsdien groeide CZD harder dan KCE (+44% tegenover +36%), waardoor CZD nu de grootste subsector is.
Het totaal aantal bedrijfsvestigingen in de creatieve sector in Roosendaal steeg tussen 2017 en 2024 met 44%. Daarmee ligt de groei in de gemeente ruim boven het provinciale gemiddelde van 38%. In relatieve zin scoort Roosendaal echter lager: met 6,7 vestigingen in de totale creatieve industrie per 1.000 inwoners en 2,4 in KCE ligt Roosendaal in beide gevallen onder het Brabantse gemiddelde van respectievelijk 9,9 en 3,9.
Zelfstandigen
In 2024 waren er 340 zzp’ers actief in de creatieve sector in Roosendaal, oftewel 4,4 per 1.000 inwoners. Mannen vormen een meerderheid met 200 mannelijke zzp’ers, tegenover 140 vrouwen. 38% van de creatieve zzp’ers is jonger dan 35 jaar; binnen KCE ligt dit aandeel lager op 31%. De subsectoren KCE en CZD zijn even groot: zij zijn allebei goed voor 41% van de zelfstandigen in de creatieve sector, met 1,8 per 1.000 inwoners.
Het aantal zzp’ers in Roosendaal groeide sterk. Tussen 2017 en 2024 steeg het aantal zzp’ers in de creatieve industrie met 26%, tussen 2020 en 2024 met 17%. Beide groeipercentages zijn boven het provinciale gemiddelde van 16%. Die sterke groei vertaalt zich echter nog niet in een hoge dichtheid: met 4,4 zzp’ers per 1.000 inwoners blijft Roosendaal duidelijk onder het provinciale gemiddelde van 7,1. Ook voor KCE geldt dit, met 1,8 zzp’ers per 1.000 inwoners blijft de gemeente onder het Brabantse gemiddelde van 2,9.
Werkgelegenheid
In 2024 zijn er in Roosendaal 420 banen in de creatieve sector, wat neerkomt op 5,4 banen per 1.000 inwoners. Voor de gemeente Roosendaal was het niet mogelijk om de uitsplitsing te maken naar de drie subsectoren, in verband met de outputrichtlijnen van het CBS. Tussen 2017 en 2024 is het aantal banen in de Roosendaalse creatieve sector gelijk gebleven. De totale creatieve sector in de provincie steeg juist met 11% in deze periode, tegenover een stabiel aantal banen in Roosendaal.
Er worden in 2024 meer banen ingevuld door vrouwen (63%) dan door mannen (37%) in de Roosendaalse creatieve sector. Dit wijkt af van het beeld bij de zzp’ers, waar mannen in de meerderheid zijn. Provinciaal zien we een evenwichtiger beeld: 51% van de banen in de creatieve sector wordt ingevuld door een vrouw, tegenover 49% door een man.
Kijken we naar leeftijd, dan wordt 44% van de banen in de Roosendaalse creatieve sector ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Provinciaal ligt dit hoger: de helft van de banen in de Brabantse creatieve sector in 2024 wordt ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Dit is meer dan in Roosendaal.
Kijken we naar het type contract dat verbonden is aan de banen in de Roosendaale creatieve sector in 2024, dan zien we dat 17% van de banen verbonden is aan een ‘flexcontract’ (oproep- en uitzendkrachten), tegenover 83% met een vast contract. Het provinciale beeld is vergelijkbaar.
In Roosendaal werken relatief meer mensen in de creatieve sector met een groot contract (30 uur of meer) dan gemiddeld in Brabant. In 2024 is 59% van de banen een contract met een omvang van 30 uur of meer tegenover 56% provinciaal.
Bronnen
- Gemeente Roosendaal, Cultuurnota 2025-2040: Cultuur verbindt en kleurt Roosendaal
- Gemeente Roosendaal, Bewonersenquête 2025
- CBS, Open data – Iv3
- CBS, Microdata
- Rotterdam Festivals, Culturele Doelgroepenmodel
Meer weten?
Bekijk het dashboard om meer te weten te komen over de Brabantse gemeenten.
Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.
De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.
Roosendaal in de Waarde van cultuur 2024