Oss

Gemeente

In dit gemeenteprofiel bekijken we hoe Oss zich verhoudt tot andere grote steden in Noord-Brabant en tot de provincie als geheel. We starten met een schets van het gemeentelijk cultuurbeleid. Binnen het cultureel kapitaal beschrijven we de bereikbaarheid van culturele voorzieningen en de aanwezige cultuurlocaties in de stad. Het sociaal kapitaal geeft inzicht in de verschillende culturele doelgroepen en bevat een verwijzing naar de inwonersenquête. Het economisch kapitaal gaat in op de cultuuruitgaven, de geldstromen binnen de culturele organisaties en de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de creatieve sector. 

De verdeling van cultuurlocaties in Oss toont een duidelijke concentratie van locaties in het centrum.

4 bibliotheekvestigingen

Cultureel kapitaal

+39% creatieve bedrijfsvestigingen

2017-2024

Bedrijvigheid

€3,14 eigen inkomsten

op iedere euro subsidie bij de podia

Geldstromen

Samenvatting

Oss loopt qua bibliotheekvoorzieningen voor op de rest van BrabantStad: het hoogste aantal vestigingen per inwoner en een van de kortste afstanden tot een bibliotheek. Andere culturele voorzieningen, zoals musea, bioscopen en podia, liggen voor de inwoners juist wat verder van huis, met uitzondering van poppodia die relatief dichtbij zijn. De gemeente kent verhoudingsgewijs veel locaties voor beeldende kunst, musea en film. Het aandeel niet-gesubsidieerde locaties komt overeen met het BrabantStad-gemiddelde, al zijn musea en locaties voor beeldende kunst er vaker ongesubsidieerd. Locaties voor podiumkunsten zijn in Oss juist vaker wél gesubsidieerd. Het aandeel open ateliers ligt onder het BrabantStad-gemiddelde. 

Financieel is de ontwikkeling positief. De eigen inkomsten van culturele instellingen stegen, met een sterk toegenomen aandeel publieksinkomsten, gedragen door de podia en in het bijzonder de poppodia. Ook de hoeveelheid ontvangen subsidie groeide, nagenoeg volledig afkomstig van de gemeente. Het eigen verdienvermogen verbeterde duidelijk, vooral bij de podia en musea. De gemeentelijke cultuuruitgaven stegen ten opzichte van eerdere jaren, al blijft Oss met een zesde positie aan de onderkant van BrabantStad. 

Qua doelgroepensamenstelling sluit Oss het meest aan bij het provinciaal gemiddelde, met relatief veel Proevende Buitenwijkers en weinig jongere doelgroepen. 

De bedrijvigheid in de Osse creatieve sector groeit sneller dan gemiddeld in Brabant, zowel qua bedrijven als zzp’ers. De dichtheid en werkgelegenheid liggen nog wel onder het provinciaal gemiddelde.

Gemeentelijk cultuurbeleid

In 2021 publiceerde de gemeente Oss ‘Cultuur verbindt OnSS’, de Cultuurnota Oss 2021 en verder. De cultuurnota geeft vorm aan het cultuurbeleid langs twee pijlers:

  • Behoud van een vitale culturele infrastructuur.
  • Cultuur verbindt via cultuurparticipatie en cultuureducatie.

In de Uitvoeringsagenda 2026-2027, met een uitwerking en verdere duiding van de ambities uit de cultuurnota, is een derde pijler toegevoegd aan het cultuurbeleid:

  • Beschermen van artistieke vrijheid en autonomie van kunstenaars en kunstinstellingen.

Ook worden enkele strategische lijnen benoemd die de gemeente de komende periode verder wil verkennen en uitwerken. De gemeente Oss is toegetreden tot het bestuurlijk netwerk BrabantStad, dit biedt in de samenwerking kansen. De gemeente heeft grootstedelijke ambities. In de groei naar een gemeente met 100.000 inwoners is het belangrijk en wenselijk om een goed en aantrekkelijk cultureel voorzieningenniveau te hebben en te houden.

Cultureel kapitaal

Het cultureel kapitaal gaat over de eigenstandige waarde en dynamiek van de culturele sector. Het gaat hier vooral over de meer ‘tastbare kant’ van het cultureel kapitaal. In dit gemeenteprofiel wordt er gekeken naar de culturele infrastructuur van Oss en de Osse cultuurlocaties inclusief eventuele subsidierelaties.

Culturele infrastructuur

Voor de culturele infrastructuur kijken we naar cijfers uit de benchmark die tot op gemeenteniveau beschikbaar zijn en vergelijken de gemeente binnen BrabantStad. We gaan in op de nabijheid van culturele voorzieningen voor inwoners van de gemeente. Daarnaast kijken we naar bibliotheekvestigingen, bioscopen en filmhuizen.

De gemeente Oss heeft twee volwaardige bibliotheekvestigingen en twee servicepunten. Dat komt neer op 4,3 bibliotheekvestigingen per 100.000 inwoners, waarmee de gemeente ver vooruitloopt op andere gemeenten in BrabantStad. De gemiddelde afstand tot de bibliotheek is met 2,3 km relatief klein, binnen BrabantStad is dit alleen in Tilburg nog lager.

De afstand tot andere culturele voorzieningen ligt gemiddeld wat hoger voor inwoners van Oss: 3,5 km naar het meest nabije museum (positie 4), 3,8 km naar een bioscoop (positie 5) en 3,9 km naar een podium voor professionele podiumkunst (positie 5). De afstand tot het dichtstbijzijnde poppodium is daarentegen relatief laag: gemiddeld 4 km, goed voor een derde positie in BrabantStad.

Cultuurlocaties en subsidierelatie

In het onderdeel Cultuurlocaties schetsen we een beeld van de cultuurlocaties in Oss, zowel gesubsidieerd als niet-gesubsidieerd door de gemeente. We kijken naar de verdeling over domeinen als beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, en naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde locaties. Waar relevant vergelijken we Oss met het BrabantStad-beeld. Deze editie komen voor het eerst ook de ateliers als losse categorie aan bod.

De gemeente Oss kent 29 cultuurlocaties. 38% hiervan (11 locaties) is een locatie voor beeldende kunst, en dat is opvallend meer dan in BrabantStad (33%). Voorbeelden hiervan zijn Artmuze en Studio Sveer. Ook kent Oss verhoudingsgewijs meer museumlocaties dan in BrabantStad, namelijk 17% in Oss versus 14% in BrabantStad. Een voorbeeld hiervan is het Museum Jan Cunen.

Oss kent ook meer filmlocaties dan in BrabantStad, namelijk 10% in Oss versus 8% in BrabantStad. Voor de overige domeinen geldt het omgekeerde: Oss kent een iets kleiner aandeel cultuurlocaties dan in BrabantStad. Enkele voorbeelden van cultuurlocaties in de andere domeinen zijn Café Bellevue (muziek), Theater de Lievekamp en Muzelinck (podiumkunsten).

DomeinBrabantStadOss
Beeldende kunst33%38%exclusief ateliers
Musea14%17%
Muziek17%17%
Podiumkunsten16%10%
Film8%10%
Bibliotheken4%3%exclusief afhaal- of servicepunten
Multifunctionele locaties9%3%
Totaal100%100%

Gesubsidieerd vs. niet-gesubsidieerd

Van de cultuurlocaties in Oss is 72% zonder subsidie van de gemeente. Dit komt overeen met BrabantStad in totaal.

De meeste locaties zonder subsidie zijn plekken voor beeldende kunst, gevolgd door musea en locaties voor muziek. Per domein zijn er wel opvallende verschillen. Vergelijken we dit met BrabantStad in totaal, dan zien we dat Oss relatief minder museumlocaties met subsidie kent (20% in Oss tegenover 37% in BrabantStad). Voorbeelden van museumlocaties zonder subsidie zijn het Bijenteeltmuseum en het Vorstengraf.

Voor podiumkunsten geldt juist het omgekeerde: 67% (2 van de 3 locaties) in Oss ontvangt subsidie tegenover 35% in BrabantStad. Voorbeelden hiervan zijn Theater de Lievekamp en Muzelinck. Voor beeldende kunst zijn er relatief minder locaties met subsidie dan in BrabantStad (9% in Oss tegenover 19% in BrabantStad). Voorbeelden van beeldende kunstlocaties zijn K26 (met subsidie) en Studio Sveer (zonder subsidie).

Data downloaden uit deze grafiek?

Ateliers

Deze editie nemen we ook ateliers mee, zowel open als gesloten ateliers. Oss kent 46 ateliers, waarvan 61% open en 39% gesloten is. BrabantStad telt in totaal 370 ateliers, waarvan 72% open en 28% gesloten is. Het aandeel open ateliers ligt daarmee onder het BrabantStad-gemiddelde. Voorbeelden van ateliers zijn Anne Sey Ceramics, Siep.Studio (open), treARTHUIS en FreSjoe (gesloten).

Data downloaden uit deze grafiek?

Sociaal kapitaal

Het sociaal kapitaal gaat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur: de waarde van kunst, cultuur en erfgoed voor het individu en voor de gemeenschap. In dit gemeenteprofiel wordt er verwezen naar de Osse inwonersenquête, waar cultuur onderdeel van uitmaakt. Ook worden de culturele doelgroepen in Oss beschreven.

Inwonersenquête

In 2023 werd in de gemeente Oss een eerste monitor cultuurparticipatie uitgezet onder het digitale burgerpanel. Deze peiling is in het najaar van 2025 herhaald om ontwikkelingen zichtbaar te maken en om input op te halen voor beleidsvorming en toekomstige keuzes rondom het culturele ecosysteem in Oss.

Volgens het burgerpanelonderzoek 2025 is de cultuurparticipatie in Oss toegenomen: 86% van de respondenten bezocht het afgelopen jaar minimaal één culturele instelling of evenement. Daarnaast bezocht 67% minstens één culturele instelling in Oss zelf en vindt 64% dat er voldoende te beleven is op het gebied van kunst en cultuur. Ook is 60% van de inwoners zelf cultureel of creatief actief.

Culturele doelgroepen

Om meer zicht te krijgen op verschillende publieksgroepen maken we gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel van Rotterdam Festivals. Dit model deelt huishoudens in verschillende publieksgroepen in op basis van hun cultuurgedrag, leefstijl en sociaal-demografische kenmerken.

Van de zeven gemeenten in BrabantStad lijkt Oss qua samenstelling van doelgroepen het meest op het provinciale gemiddelde. De Proevende Buitenwijkers vormen de grootste groep: een kwart van de Osse huishoudens behoort hiertoe. Dit aandeel ligt hoger dan het Brabantse gemiddelde. De groepen Nieuwsgierige Toekomstgrijpers (0%) en Startende Cultuurspeurders (4,6%) komen juist minder vaak voor dan gemiddeld in de provincie.

Data downloaden uit deze grafiek?
Data downloaden uit deze grafiek?

Economisch kapitaal

In het economisch kapitaal kijken we naar de culturele bedrijvigheid in termen van financiële stromen, het aantal bedrijven en de werkgelegenheid. In het Osse gemeenteprofiel staan we stil bij de cultuuruitgaven van de gemeenten, maar ook bij de geldstromen van culturele organisaties. Tot slot kijken we naar de werkgelegenheid (het aantal zzp’ers en aantal banen) en bedrijvigheid in de creatieve sector.

Cultuuruitgaven gemeente

Voor de cultuuruitgaven van de gemeente kijken we naar cijfers van het CBS op basis van de Iv3-data uit gemeenterekeningen. Deze data zijn op landelijk niveau gestandaardiseerd.

De uitgaven aan cultuur in de gemeente Oss kwamen in 2023 uit op ruim 9,8 miljoen euro (104 euro per inwoner). Dit is een beperkte stijging ten opzichte van 2020 (102 euro per inwoner), maar een flinke toename ten opzichte van 2021 (76 euro per inwoner). De uitgaven komen net hoger uit dan de gemeente Roosendaal, waardoor Oss een zesde positie inneemt.

Geldstromen bij culturele organisaties

In geldstromen bij culturele organisaties brengen we de financiële ontwikkeling van culturele instellingen in Oss in kaart voor de periode 2021–2024, van eigen inkomsten en subsidies tot uitgaven en eigen verdienvermogen. De gegevens zijn afkomstig uit jaarrekeningen, ontvangen van de gemeente zelf, en uitgesplitst naar de deelsectoren waar we informatie over hebben, musea, poppodia, podia, centra voor de kunsten en bibliotheken, en vanaf 2023 ook producenten van podiumkunsten.

We hebben voor de periode 2021-2024 gegevens over inkomsten, subsidies en lasten ontvangen van 6 culturele instellingen uit Oss. We leggen deze cijfers hier naast elkaar. Van 2019 en 2020 hadden we enkel cijfers van één instelling, het Museum Jan Cunen. Zodoende richten we ons in deze analyses, in tegenstelling tot bij de andere gemeenten, op de jaren 2021 tot en met 2024, en laten we de jaren 2019 en 2020 wegens een gebrek aan data buiten beschouwing. In dit onderzoeksonderdeel vergelijken we gemeenten niet met elkaar. Elke BrabantStad-gemeente heeft een eigen cultureel profiel, dat mede voortvloeit uit lokale beleidskeuzes. Bovendien hebben niet alle gemeenten over al hun instellingen data kunnen aanleveren. Om die redenen is een onderlinge vergelijking, of een vergelijking van Oss met het BrabantStad-gemiddelde, weinig zinvol. De uitkomsten van de analyses van alle instellingen in BrabantStad vind je bij Geldstromen bij culturele organisaties.

Eigen inkomsten

In 2024 bedragen de totale eigen inkomsten van de Osse culturele instellingen 7,1 miljoen euro. Hiervan is 4,8 miljoen euro (68%) afkomstig uit publieksinkomsten. Dit is een stijging ten opzichte van 2021: toen was het totaalbedrag aan eigen inkomsten 4,1 miljoen euro, waarvan 1,7 miljoen euro aan publieksinkomsten (41%). Het aandeel publieksinkomsten is dus groter geworden in die jaren. Het aandeel sponsoring binnen de eigen inkomsten is bescheiden, gemiddeld 2% van de totale eigen inkomsten.

Data downloaden uit deze grafiek?

Vervolgens kijken we naar hoe de totale eigen inkomsten in Oss over de domeinen verdeeld zijn. Vooral de podia (excl. poppodia) zoals Theater de Lievekamp, en de bibliotheken/centra voor de kunsten nemen grote delen van de totale eigen inkomsten voor hun rekening. Zo hadden de podia zo’n 2,3 miljoen euro aan eigen inkomsten in 2021, wat vervolgens steeg naar 4,1 miljoen euro in 2024. Bij de bibliotheken/centra voor de kunsten was dit in 2021 1,3 miljoen euro aan eigen inkomsten, wat steeg naar 2,1 miljoen euro in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Op het vlak van de eigen inkomsten, zoomen we tot slot in op hoeveel van de eigen inkomsten uit publieksinkomsten afkomstig zijn. We bekijken dit per domein. Onder publieksinkomsten vallen inkomsten zoals kaartverkoop/recettes, inkomsten uit horeca, en andere inkomsten die direct met publiek te maken hebben. Onder de Osse instellingen zien we hierbij dat in 2024 de publieksinkomsten 68% van de eigen inkomsten zijn. In 2021 was dit nog 41%: dit totaal is dus gestegen.

Hierbij is opvallend dat de poppodia stegen van 15% publieksinkomsten van hun totale eigen inkomsten in 2021, naar maar liefst 86% in 2024. Een soortgelijke beweging zien we bij de podia. Omdat we in Oss 2021 als ‘ijkjaar’ nemen, is hierin mogelijk nog de rol van de coronaperiode terug te zien. Bij de musea zien we dat dit stabiel blijft tussen 2021 en 2024: van 75% aan publieksinkomsten in 2021, naar 77% in 2024. Hoe dan ook zijn de aandelen van publieksinkomsten bij de podia en de poppodia hoog te noemen.

Data downloaden uit deze grafiek?

Subsidies

In 2024 ontvangen de Osse culturele instellingen voor 12,4 miljoen euro aan subsidiegelden. Dit is een stijging vanaf 2021, toen was dit 10,6 miljoen euro. Deze subsidies zijn bijna uitsluitend gemeentelijke subsidies: 9,3 miljoen in 2021 (87%) en bijna 11 miljoen euro in 2024 (89%). Opvallend is dat, hoewel het bedrag aan gemeentelijke subsidies in 2024 bijna 2 miljoen euro hoger lag dan daarvoor, zij verhoudingsgewijs niet veel meer zijn gaan bijdragen aan de totale subsidies. Zowel de bijdragen vanuit de cultuurfondsen als vanuit de overige subsidiebronnen stegen namelijk ook ietwat in diezelfde periode.

Data downloaden uit deze grafiek?

Vervolgens zoomen we in op hoe het totale subsidiebedrag verdeeld is over de verschillende domeinen. De bibliotheken/centra voor de kunsten, en in mindere mate de podia (excl. poppodia) en de musea hebben de grootste aandelen in de totale subsidies. De bibliotheken/centra voor de kunsten ontvingen 7,3 miljoen euro subsidie in 2021 en 9,3 miljoen euro in 2024. Op een totaal subsidiebedrag van 12,4 miljoen euro, is dit veruit het grootste deel. De poppodia hebben een veel lager aandeel met 374.000 euro aan ontvangen subsidies in 2021, wat steeg naar 700.000 euro in 2024. Dit is bijna een verdubbeling in 2024, ten opzichte van de eerdere jaren. Bij de musea steeg dit bedrag, van 764.000 euro in 2021, naar ruim 900.000 euro aan ontvangen subsidies in 2024.

Tot slot kijken we per domein, naar hoe groot het deel van de gemeentesubsidie is binnen het totaal aan ontvangen subsidies. De gemeente Oss is bij een aantal domeinen verreweg de belangrijkste subsidieverlener. In Oss is het aandeel gemeentesubsidies op de totale subsidies voor musea tussen 2021 en 2024 stabiel op 100%. Bij de bibliotheken/centra voor de kunsten is het aandeel aan gemeentesubsidies ook hoog, al daalde dit wel iets: van 96% in 2021, naar 87% in 2024. Dat terwijl de gemeentesubsidie voor deze sector ook stijgt: van 7,0 miljoen euro in 2021 naar 8,1 miljoen euro in 2024. Waarschijnlijk heeft vooral de bibliotheek, gegeven de toegenomen wettelijke taken, ook meer geld uit andere bronnen kunnen verwerven.

Bij de podia stijgt het aandeel gemeentesubsidies gestaag: van 54% in 2021 naar 99% in 2024, terwijl de gemeentesubsidie nominaal slechts licht gestegen is: van 1,1 miljoen euro in 2021 naar 1,3 miljoen euro in 2024. Mogelijk is deze wisselende verhouding toe te schrijven aan administratieve redenen rondom de coronasteunpakketten in 2021. Bij de poppodia is het aandeel gemeentesubsidies ook hoog: 86% in 2021 en 94% in 2024. Het bedrag stijgt ook: van 320.000 euro in 2021 naar 655.000 euro in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Lasten

In 2024 hebben zij 18,5 miljoen euro aan totale lasten, waarvan 9,5 miljoen euro uitgegeven werd aan personele lasten (52%). Dit is een stijging ten opzichte van 2021: toen waren hun totale lasten 13 miljoen euro, waarvan 6,9 miljoen euro aan personeelslasten (53%) opging. Het aandeel personele lasten in de totale uitgaven bleef in deze periode stabiel.

Data downloaden uit deze grafiek?

Ook zoomen we nader in op de personele lasten, en hoe bepalend deze uitgaven zijn voor de totale uitgaven van de Osse instellingen. Vooral bij de musea is het aandeel personeelslasten binnen de totale uitgaven gedaald: van 61% in 2021 naar 33% in 2024. Bij de poppodia is het aandeel aan personeelsuitgaven ook gedaald: van 51% in 2021, naar 47% in 2024. Bij de podia (excl. poppodia) zien we dit ook: waar in 2021 45% van de totale uitgaven uit personeelslasten bestond, daalde dit naar 36% in 2024. Bij de bibliotheken/centra voor de kunsten stijgt het aandeel van de personeelslasten: van 55% van de totale lasten in 2021 naar 63% in 2024. Al deze verschillende trends zorgen ervoor dat er op gemeentelijk niveau nauwelijks verschillen zijn ontstaan in de verhouding tussen de personele lasten als deel van de totale uitgaven in, het middelt elkaar als het ware uit.

Data downloaden uit deze grafiek?

Verhouding eigen inkomsten en subsidies

Tot slot analyseren we de verhouding tussen de eigen inkomsten die de culturele instellingen hebben verworven, en de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit geeft inzicht in de financieringsmix in de Osse culturele sector. In 2024 maken de eigen inkomsten 58% uit van de ontvangen subsidies. Oftewel, voor iedere euro aan ontvangen subsidies, genereren de Osse instellingen 58 eurocent aan eigen inkomsten. In 2021 maakten de eigen inkomsten 39% uit van de ontvangen subsidies, oftewel voor elke euro subsidie verdienen de instellingen uit Oss zelf nog eens 39 eurocent. Tussen 2021 en 2024 is het verdienvermogen dus gestegen, echter is wel bijzonder dat deze verhouding juist een opleving had in de coronajaren 2022 en 2023.

Deze ontwikkelingen verschillen tussen domeinen. Bij de poppodia waren de eigen inkomsten in 2021 (een coronajaar!) 96% ten opzichte van de ontvangen subsidies. In de jaren 2022 en 2023 genereerden de poppodia vervolgens meer eigen inkomsten dan zij aan subsidies ontvingen. Zo werd er door de poppodia in 2023 voor iedere ontvangen euro aan subsidie 1,79 euro aan eigen inkomsten gegenereerd. Maar in 2024 daalt dit percentage scherp, naar 72%: toen waren de eigen inkomsten nog 72 eurocent per euro aan ontvangen subsidie. In 2024 hebben de poppodia meer subsidie ontvangen (dubbel zoveel als in de jaren ervoor) en minder eigen inkomsten behaald, wat dit grote verschil in de verhouding hiertussen verklaart.

De podia (excl. poppodia) halen wel gestaag meer eigen inkomsten binnen vergeleken met de verkregen subsidies, en hierin zien we ook een sterk stijgende lijn: van 105% in 2021, naar 314% in 2024. De musea kennen ook een sterke stijging: in 2021 halen ze 15% eigen inkomsten binnen ten opzichte van de ontvangen subsidies, en in 2024 is dit 43%. De bibliotheken/centra voor de kunsten zijn stabiel, met tussen 2021 en 2024 gemiddeld 20% aan eigen inkomsten ten opzichte van de ontvangen subsidies.

Data downloaden uit deze grafiek?

Werkgelegenheid en bedrijvigheid

Deze pagina brengt de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de Osse creatieve sector in beeld. Er wordt gekeken naar bedrijfsvestigingen, werknemers en zzp’ers. De cijfers zijn gebaseerd op CBS microdata-bestanden. De creatieve sector is opgedeeld in drie subsectoren:

  • Kunsten en cultureel erfgoed (KCE): o.a. podia, musea, monumenten, en producenten van podiumkunsten;
  • Media en entertainment (ME): o.a. filmmakers, fotografen, bioscopen, uitgeverijen, en pretparken;
  • Creatief zakelijke dienstverlening (CZD): o.a. architecten, ontwerpers, en reclamebureaus.

Bedrijvigheid

In Oss telde de creatieve sector in 2024 710 bedrijfsvestigingen, oftewel 7,5 per 1.000 inwoners. Dit is 7% van het totaal aantal bedrijfsvestigingen in alle sectoren. Van deze vestigingen valt 39% binnen de subsector KCE en 39% binnen CZD. Opvallend is dat in 2017 de subsector CZD nog kleiner was dan KCE, maar dat zij anno 2024 relatief even groot zijn.

Data downloaden uit deze grafiek?

Het totaal aantal bedrijfsvestigingen in de creatieve sector groeide tussen 2017 en 2024 met 39%, daarmee ligt de groei iets boven het provinciale gemiddelde van 38%. Voor subsector KCE bedroeg de groei 33%, wat uiteindelijk in 2024 uitkwam op 3,0 vestigingen per 1.000 inwoners. Met 7,5 vestigingen in de totale creatieve industrie per 1.000 inwoners blijft Oss onder het provinciale gemiddelde van 9,9 vestigingen, voor KCE ligt de gemeente met 3,0 vestigingen per 1.000 inwoners net onder het Brabantse gemiddelde van 3,9.

Zelfstandigen

Oss telde in 2024 550 zzp’ers in de creatieve sector, wat neerkomt op 5,8 per 1.000 inwoners. De grootste subsector is KCE met 42% van de zzp’ers in de creatieve industrie, gevolgd door CZD met ongeveer 38%. Mannelijke zzp’ers zijn in de meerderheid: met 310 mannen tegenover 240 vrouwen. 30% van de creatieve zzp’ers is jonger dan 35 jaar; binnen KCE ligt dit aandeel lager op 26%. Vergeleken met de andere BrabantStad-gemeenten, heeft Oss hiermee relatief weinig zzp’ers die jonger zijn dan 35 jaar.

De groei van het aantal zzp’ers in de creatieve sector in Oss overtreft het provinciale gemiddelde van 16% ruim: tussen 2017 en 2024 steeg het aantal met 25%, tussen 2020 en 2024 met 10%. Qua dichtheid blijft Oss echter achter bij Brabant als geheel: met 5,8 zzp’ers in de creatieve sector per 1.000 inwoners ligt de gemeente onder het provinciale gemiddelde van 7,1. Voor subsector KCE geldt hetzelfde: met 2,4 zzp’ers per 1.000 inwoners blijft Oss onder het Brabantse gemiddelde van 2,9.

Werkgelegenheid

In 2024 zijn er in Oss 470 banen in de creatieve sector, dat is 4,5 banen per 1.000 inwoners. Het aantal banen kan niet worden uitgesplitst naar de drie subsectoren vanwege de outputrichtlijnen van het CBS. Tussen 2017 en 2024 is het aantal banen in de Osse creatieve sector met 6% gedaald. De totale creatieve sector in de provincie steeg juist met 11% in deze periode, tegenover een daling in Oss.

Er worden in 2024 meer banen ingevuld door mannen (51%) dan door vrouwen (49%) in de Osse creatieve sector. Dit is gelijk aan het beeld bij de zzp’ers. Provinciaal zien we juist het omgekeerde beeld: 51% van de banen in de creatieve sector wordt ingevuld door een vrouw, 49% door een man.

Kijken we naar leeftijd, dan wordt 44% van de banen in de Osse creatieve sector ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Provinciaal ligt dit hoger: de helft van de banen in de Brabantse creatieve sector in 2024 wordt ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Dit is meer dan in Oss.

Data downloaden uit deze grafiek?

Kijken we naar het type contract dat verbonden is aan de banen in de Osse creatieve sector in 2024, dan zien we dat 19% van de banen verbonden is aan een ‘flexcontract’ (oproep- en uitzendkrachten), tegenover 81% met een vast contract. Het provinciale beeld is vergelijkbaar.

In Oss werken iets meer mensen met een groot contract (30 uur of meer) dan gemiddeld in Brabant. In 2024 is 59% van de banen een contract met een omvang van 30 uur of meer tegenover 56% provinciaal.

Data downloaden uit deze grafiek?

Meer weten?

Bekijk het dashboard om meer te weten te komen over de Brabantse gemeenten.

Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.

De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.

Oss in de Waarde van cultuur 2024