Helmond

Gemeente

In dit gemeenteprofiel bekijken we hoe Helmond zich verhoudt tot andere grote steden in Noord-Brabant en tot de provincie als geheel. We starten met een schets van het gemeentelijk cultuurbeleid. Binnen het cultureel kapitaal beschrijven we de bereikbaarheid van culturele voorzieningen en de aanwezige cultuurlocaties in de stad. Het sociaal kapitaal geeft inzicht in de verschillende culturele doelgroepen en bevat een verwijzing naar de inwonersenquête. Het economisch kapitaal gaat in op de cultuuruitgaven, de geldstromen binnen de culturele organisaties en de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de creatieve sector. 

Een kaart toont de verdeling van cultuurlocaties in Helmond, met een zeer sterke clustering in het centrum.

26% van cultuurlocaties is een museum

56% van cultuurlocaties is gesubsidieerd

door de gemeente

+47% creatieve bedrijven

2017-2024

Samenvatting  

Helmond onderscheidt zich als museumstad: een kwart van alle cultuurlocaties is een museum, ruim boven het BrabantStad-gemiddelde, en ook beeldende kunstlocaties zijn sterk vertegenwoordigd. Locaties voor podiumkunsten zijn juist schaars. Musea, bioscopen en theaters liggen relatief dichtbij inwoners, terwijl de bibliotheken relatief verder weg zijn. Opvallend is dat in Helmond de meerderheid van de getelde cultuurlocaties gesubsidieerd is door de gemeente; vooral musea zijn vrijwel allemaal gesubsidieerd. Helmond is de enige BrabantStad-gemeente met meer gesubsidieerde dan niet-gesubsidieerde cultuurlocaties. Het aandeel open ateliers ligt onder het BrabantStad-gemiddelde. 

Financieel is het beeld wisselend, al hebben de analyses hier te kampen met ontbrekende financiële gegevens over een aantal jaren en culturele instellingen. De eigen inkomsten van de onderzochte instellingen stegen sinds de coronajaren, gedreven door bibliotheek/kunstencentrum en musea. Daarbij zijn de ontbrekende gegevens over Het Speelhuis van grote invloed op de volledigheid van het Helmondse beeld. De ontvangen subsidies daalden licht, met een afnemend aandeel vanuit de gemeentelijke exploitatiesubsidies. Het eigen verdienvermogen verbeterde ten opzichte van de coronajaren, maar blijft wisselend per domein. De gemeentelijke cultuuruitgaven stegen, waarmee Helmond dichter bij het BrabantStad-gemiddelde komt. Het staat op plek vijf in de rangorde. 

Er zijn in Helmond relatief meer huishoudens met oudere en minder intensieve cultuurliefhebbers. De jongere doelgroepen zijn ondervertegenwoordigd. 

Het aantal bedrijfsvestigingen in de Helmondse creatieve sector groeit relatief snel, maar de sector blijft qua dichtheid en werkgelegenheid achter bij het provinciale gemiddelde.

Gemeentelijk cultuurbeleid

In juli 2024 verscheen de Cultuurvisie 2040 van de gemeente Helmond: Heel Helmond, Met kunst, cultuur en creativiteit samen bouwen aan een geheelde stad. Helmond ontwikkelt zich in rap tempo. De stad zal de komende jaren groeien van 95.000 naar ongeveer 115.000 inwoners in 2040. De schaalsprong betekent naast extra huizen ook aandacht om de stad prettig en leefbaar te houden. Met kunst en cultuuruitingen kan Helmond bouwen aan de manier van samenleven.

Om optimaal met cultuur bij te dragen aan de missie ‘Heel Helmond’ zijn in de nota zes strategische doelen opgenomen:

  • Centrum als verbinder.
  • Ruimte voor makers.
  • Leven lang leren.
  • Betrokken jongeren.
  • Samen actief.
  • Levend erfgoed.

Cultureel kapitaal

Het cultureel kapitaal gaat over de eigenstandige waarde en dynamiek van de culturele sector. Het gaat hier vooral over de meer ‘tastbare kant’ van het cultureel kapitaal. In dit gemeenteprofiel wordt er gekeken naar de culturele infrastructuur van Helmond en de Helmondse cultuurlocaties inclusief eventuele subsidierelaties.

Culturele infrastructuur

We presenteren de cijfers uit de benchmark die tot op gemeenteniveau beschikbaar zijn en vergelijken de gemeente binnen BrabantStad. Dat zijn de nabijheid van culturele voorzieningen voor inwoners van de gemeente, de vestigingen en servicepunten van bibliotheken en locaties van bioscopen en/of filmhuizen.

De gemeente Helmond heeft één bibliotheekvestiging met een servicepunt (1 per 100.000 inwoners in 2023). In vergelijking met de BrabantStad-gemeenten komt Helmond daarmee op een zesde positie. De gemiddelde afstand van inwoners tot de bibliotheek is met 2,7 km goed voor een vijfde positie binnen BrabantStad.

Andere voorzieningen zijn relatief dichterbij. De gemiddelde afstand tot een bioscoop of museum bedraagt 2,9 km, de kortste afstand binnen BrabantStad. Ook de afstand naar een theater is met 2,8 km relatief laag.

Helmond staat op de tweede positie in BrabantStad als het gaat om het aantal bioscopen per inwoner. De VNBF telt twee bioscopen (2,1 per 100.000 inwoners) met 10 doeken en 1441 stoelen (1,5 per 1.000 inwoners, positie 3). Het aantal bezoeken steeg van 212.000 in 2022 naar 234.000 in 2025. De gemeente behoudt daarmee de 5e positie binnen BrabantStad.

Cultuurlocaties en subsidierelatie

In het onderdeel Cultuurlocaties schetsen we een beeld van de cultuurlocaties in Helmond, zowel gesubsidieerd als niet-gesubsidieerd door de gemeente. We kijken naar de verdeling over domeinen als beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, en naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde locaties. Waar relevant vergelijken we Helmond met het BrabantStad-beeld. Deze editie komen voor het eerst ook de ateliers als losse categorie aan bod.

De gemeente Helmond kent 27 cultuurlocaties. 26% van de locaties (7 locaties) is een museumlocatie, tegenover 14% in BrabantStad totaal. Voorbeelden zijn Museum Helmond (locatie Kunsthal Helmond) en het HomeComputerMuseum.

Helmond kent relatief meer locaties voor beeldende kunst dan in BrabantStad, namelijk 37% in Helmond versus 33% in BrabantStad. Voorbeelden hiervan zijn de brugwachterhuisjes. Voor multifunctionele locaties geldt hetzelfde: 11% in Helmond tegenover 9% in BrabantStad. Voor de overige domeinen geldt dat Helmond een minder groot aandeel cultuurlocaties kent dan in BrabantStad. Dat geldt met name voor podiumkunsten (7% in Helmond tegenover 16% in BrabantStad). Enkele voorbeelden van cultuurlocaties in de overige domeinen zijn Het Speelhuis (podiumkunsten), De Cacaofabriek (muziek, film en beeldende kunst) en de bibliotheek aan de Watermolenwal.

Domein BrabantStad Helmond
Beeldende kunst 33% 37% exclusief ateliers
Musea 14% 26%
Muziek 17% 11%
Multifunctionele locaties 9% 11%
Podiumkunsten 16% 7%
Bibliotheken 4% 4% exclusief afhaal- of servicepunten
Film 8% 4%
Totaal 100% 100%

Gesubsidieerd vs. niet-gesubsidieerd

Van de cultuurlocaties in Helmond is 44% niet-gesubsidieerd door de gemeente. Dit is lager dan BrabantStad in totaal (71%), waarmee Helmond de enige BrabantStad-gemeente is waar een minderheid van de cultuurlocaties geen subsidie krijgt.

De meeste niet-gesubsidieerde locaties zijn plekken voor beeldende kunst, denk aan de Kasteeltuin. De subsidies zijn relatief sterk geconcentreerd in een aantal domeinen: alle zeven museumlocaties worden gesubsidieerd, tegenover 37% in BrabantStad. Voorbeelden hiervan zijn het Jan Visser Museum en het EDAH Museum. Het Annatheater werd ten tijde van dit onderzoek nog niet gesubsidieerd. Voorbeelden van niet-gesubsidieerde locaties zijn bioscoop Pathé en Muziekcafé Helmond.

Data downloaden uit deze grafiek?

Ateliers

Deze editie nemen we ook ateliers mee, zowel open als gesloten ateliers. Helmond kent 17 ateliers, waarvan 59% open en 41% gesloten is. BrabantStad telt in totaal 370 ateliers, waarvan 72% open. Het aandeel open ateliers in Helmond ligt daarmee opvallend lager dan in BrabantStad. Voorbeelden van ateliers zijn Atelier Overhorst, Studio W2 (open) en Atelier Jannah (gesloten).

Data downloaden uit deze grafiek?

Sociaal kapitaal

Het sociaal kapitaal gaat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur: de waarde van kunst, cultuur en erfgoed voor het individu en voor de gemeenschap. In dit gemeenteprofiel wordt verwezen naar de Cultuurpeiling Helmond. Ook worden de culturele doelgroepen in Helmond beschreven.

Cultuurpeiling

In 2022 heeft de gemeente Helmond een cultuurpeiling afgenomen onder de inwoners van de gemeente. De inwoners van Helmond geven het cultuuraanbod in 2022 een 6,8, het aanbod culturele/creatieve/kunstzinnige activiteiten krijgt een 7,2. Ook verzamelt de gemeente cijfers over cultuur op Helmond in cijfers, waar te zien is dat De Cacaofabriek, het Speelhuis en Museum Helmond de laatste jaren meer bezoekers ontvangen dan voor de coronacrisis.

Culturele doelgroepen

Om meer zicht te krijgen op verschillende publieksgroepen maken we gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel van Rotterdam Festivals. Dit model deelt huishoudens in verschillende publieksgroepen in op basis van hun cultuurgedrag, leefstijl en sociaal-demografische kenmerken.

Helmond en Roosendaal lijken op elkaar wat betreft hun doelgroepenprofiel, waarbij de doelgroepen met een intensief cultuurgebruik wat minder aanwezig zijn. De oudere doelgroepen, de Proevende Buitenwijkers (24%) en Lokale Vrijetijdsgenieters (16,1%), tref je hier meer dan in andere grotere gemeenten. De wat jongere Startende Cultuurspeurders (4,6%) en Culturele Alleseters (3,1%) juist minder.

Data downloaden uit deze grafiek?
Data downloaden uit deze grafiek?

Economisch kapitaal

In het economisch kapitaal kijken we naar de culturele bedrijvigheid in termen van financiële stromen, het aantal bedrijven en de werkgelegenheid. In dit gemeenteprofiel staan we stil bij de cultuuruitgaven van de gemeenten, maar ook bij de geldstromen van culturele organisaties. Tot slot kijken we naar de werkgelegenheid (het aantal zzp’ers en aantal banen) en bedrijvigheid in de creatieve sector.

Cultuuruitgaven gemeente

Voor de cultuuruitgaven van de gemeente kijken we naar cijfers van het CBS op basis van de Iv3-data uit gemeenterekeningen. Deze data zijn op landelijk niveau gestandaardiseerd.

De cultuuruitgaven van de gemeente Helmond stegen tussen 2019 en 2023 van 12,1 miljoen naar 15,6 miljoen in 2023. Het bedrag per inwoner steeg daarmee van 133 euro per inwoner naar 165 euro per inwoner. Helmond komt daardoor dichter bij het gemiddelde in BrabantStad (176 euro per inwoner), maar behoudt desondanks de vijfde positie.

Geldstromen bij culturele organisaties

In geldstromen bij culturele organisaties brengen we de financiële ontwikkeling van culturele instellingen in Helmond in kaart voor de periode 2019–2024, van eigen inkomsten en subsidies tot uitgaven en eigen verdienvermogen. De gegevens zijn afkomstig uit jaarrekeningen, ontvangen van de gemeente zelf, en uitgesplitst naar deelsector: producenten podiumkunsten, visuele kunsten, festivals, musea, poppodia, podia, letteren, centra voor de kunsten en bibliotheken, en overige instellingen.

We hebben voor de periode 2019-2024 gegevens over inkomsten, subsidies en lasten ontvangen van 9 culturele instellingen uit Helmond. Wat betreft Het Speelhuis hebben we enkel data over 2019 en 2020. In dit onderzoeksonderdeel maken we geen vergelijking tussen gemeenten.

Eigen inkomsten

In 2024 bedragen de totale eigen inkomsten van de Helmondse culturele instellingen 3,3 miljoen euro. Van dit totaalbedrag is 2,2 miljoen euro (66%) afkomstig uit publieksinkomsten. Tussen 2021 en 2024 stegen de eigen inkomsten van 1,9 miljoen naar de eerdergenoemde 3,3 miljoen, en ook het aandeel publieksinkomsten steeg hierbinnen. Hierbij is mogelijk sprake van een corona-effect, waarbij de heropening van de culturele sector een stijgende lijn in inkomsten veroorzaakt. Als we 2019 met 2024 vergelijken, waarbij in 2019 ook data over Het Speelhuis beschikbaar was, zien we dat er een dalende trend zou ontstaan. Dit duidt op de grote invloed van Het Speelhuis voor de Helmondse eigen inkomsten en publieksinkomsten.

In 2019 hadden de 9 Helmondse instellingen gezamenlijk nog 4,4 miljoen euro aan eigen inkomsten, waarvan 3 miljoen euro publieksinkomsten (68%). Het aandeel sponsoring in de totale eigen inkomsten is in Helmond bescheiden: uit de gegevens die we hebben was dit 23.000 euro in 2019 (0,5% van de totale eigen inkomsten), dalend naar 0 euro in 2024 (0%).

Data downloaden uit deze grafiek?

Vervolgens kijken we naar hoe de totale eigen inkomsten in Helmond over de domeinen verdeeld zijn. We hebben vooral cijfers over de Helmondse musea (Museum Helmond, HomeComputerMuseum, Jan Visser Museum), over de podia (Cacaofabriek en (wat betreft 2019 en 2020) Speelhuis) en de bibliotheek/Kunstkwartier. We beschouwen hierbij 2019, 2021 en 2024. Kunstkwartier en de bibliotheek hebben het grootste aandeel in de totale eigen inkomsten in de gemeente Helmond. In 2024 genereerden zij, van de instellingen waar wij gegevens over hebben, 47% van de totale eigen inkomsten in de gemeente. In 2019 lag het aandeel van deze instellingen op 33%. In die periode stegen de eigen inkomsten van Kunstkwartier en de bibliotheek enigszins, met ‘maar’ 100.000 euro.

De veranderde verhouding in Helmond tussen 2019 en 2024 is vooral toe te schrijven aan dat we geen financiële gegevens ontvangen hebben over Het Speelhuis ná 2021. Hierdoor neemt de categorie ‘podia’ een aanzienlijk kleiner aandeel in op de totale verdeling. Bij de musea zijn de eigen inkomsten gestegen: in 2024 bedroeg dit in totaal bijna 850.000 euro, waar dit in 2019 nog 520.000 euro was. Opmerkelijk is ook de piek in 2021 bij de musea, van ruim 1 miljoen aan eigen inkomsten.

Data downloaden uit deze grafiek?

Op het vlak van de eigen inkomsten, zoomen we tot slot in op hoeveel van de eigen inkomsten uit publieksinkomsten afkomstig zijn. We bekijken dit per domein. Onder de 9 Helmondse instellingen die wij voor deze editie bekeken hebben zien we hierbij dat in 2024 de publieksinkomsten 66% van de eigen inkomsten zijn. In 2021 lag het percentage publieksinkomsten op 56%, wat duidt op een stijging vanuit de coronajaren. In 2019 was dit nog 68%, alhoewel hierin ook Het Speelhuis meegenomen is, wat een grote speler is qua publieksinkomsten in de gemeente.

Hierboven constateerden we een lichte stijging in de totale eigen inkomsten van het Kunstkwartier en de bibliotheek tussen 2019 en 2024. Tegenover deze stijging van het totaal, staat een daling van het aandeel publieksinkomsten in de totale inkomsten van deze categorie: van 79% in 2019 naar 69% in 2024. De andere inkomsten zijn dus sterker gestegen in diezelfde periode. Bij de podia kijken we vanwege de beschikbaarheid van de data over Het Speelhuis vooral naar 2021 en 2024. In die tijd zien we een stijging van de totale eigen inkomsten, wat hier de Cacaofabriek betreft. Het aandeel daarvan dat publieksinkomsten waren, bleef relatief stabiel in die tijd, rond de 73%. Hierbij dient vermeld te worden dat aannemelijk is, op basis van de verdeling in 2019, dat de publieksinkomsten van Het Speelhuis ook een groot deel van deze categorie voor haar rekening neemt. Bij de musea zagen we een stijging van de totale eigen inkomsten, de mate waarin dit aan publieksinkomsten toe te schrijven is, is echter wisselend. Zo was dit 59% in 2019, wat gedaald is naar 50% in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Subsidies

In 2024 ontvingen de 9 Helmondse culturele instellingen die we voor dit onderzoek hebben bekeken samen 9,5 miljoen euro subsidie. In 2021 was dit nog een totaalbedrag van 10,1 miljoen euro, en in 2019, het jaar waarin ook Het Speelhuis in de data is meegenomen, bedroeg dit 9,8 miljoen euro. Dit duidt, ook tussen 2021 en 2024, op een daling. De subsidies komen voor het overgrote deel van de gemeente, al daalt het aandeel van de gemeentelijke subsidies op het totaal aan subsidies behoorlijk: van 8,9 miljoen euro (89%) naar 7,3 miljoen euro in 2024 (77%). Hierbij dient opgemerkt te worden dat niet alle onderzochte instellingen de herkomst van deze subsidies even duidelijk in hun jaarrekeningen hebben weergegeven. In 2019, met data van Het Speelhuis erbij, was dit een gemeentelijk subsidiebedrag van 9,4 miljoen euro (96%). Er landden tussen 2019, 2021 en 2024 geen structurele subsidiegelden vanuit de provincie of het Rijk bij Helmondse instellingen.

Data downloaden uit deze grafiek?

Vervolgens zoomen we in op hoe het totale subsidiebedrag verdeeld is over de verschillende domeinen. De bibliotheek en het Kunstkwartier ontvangen samen het meeste subsidie: in 2024 was dit 7,9 miljoen euro, wat een hoger bedrag was dan de 5,5 miljoen euro aan ontvangen subsidies in 2019. Op een totale omvang van zo’n 9,5 miljoen euro aan subsidies in de gemeente, is dit veruit de hoofdmoot. Hierbij valt de stijging van ruim 2 miljoen euro op, mogelijk houdt dit verband met de uitbreiding van de (wettelijke) taken van de bibliotheken en het al dan niet aan kunnen spreken van andere subsidiebronnen, zoals via de SPUK-regeling. Daar staat tegenover dat de musea in 2019 1,8 miljoen euro ontvingen. Voor 2023 en 2024 ontbreken de museumcijfers. Voor Museum Helmond is in 2023 en 2024 één verzamelpost opgegeven voor inkomsten, ook die uit subsidies. Hierdoor is het niet mogelijk om de verschillende geldstromen in de analyses mee te nemen. Bij de podia (excl. poppodia) is er in 2024 1,6 miljoen euro aan subsidies ontvangen, wat in 2021 975.000 euro betrof. Deze cijfers betreffen alleen de Cacaofabriek. In 2019, waar we ook cijfers over hebben van Het Speelhuis, ontvingen de podia gezamenlijk 2,5 miljoen euro.

Tot slot kijken we per domein, naar hoe groot het deel van de gemeentesubsidie is binnen het totaal aan ontvangen subsidies. Oftewel, bij welke domeinen belanden de grootste delen van de Helmondse gemeentelijke subsidies? De gemeente Helmond is bij een aantal domeinen verreweg de belangrijkste subsidieverlener, vergeleken met bijvoorbeeld de rijkscultuurfondsen. Zo komt bij de Helmondse musea tussen 2019 en 2022 (het laatste jaar waarover we subsidiegegevens hebben) steeds bijna 100% van hun subsidies vanuit de gemeente. Belangrijk is om te vermelden dat Museum Helmond onderdeel is van de gemeente, en dat zowel het HomeComputerMuseum als het Jan Visser Museum in die jaren geen subsidiebedragen herleidbaar in de door ons ontvangen jaarrekeningen hebben opgenomen.

Bij de bibliotheek en het Kunstkwartier is dit aandeel ook hoog (79%), maar daalde het aandeel flink: in 2019 bedroegen de gemeentesubsidies nog 95% van al hun subsidieinkomsten. Dat terwijl de gemeentesubsidie voor deze sector in die periode steeg van 5,2 naar 6,2 miljoen euro. Waarschijnlijk heeft vooral de bibliotheek, gegeven de toegenomen wettelijke taken, ook meer geld uit andere bronnen (zoals SPUK-gelden) kunnen aanspreken. Bij de podia zien we tussen 2021 en 2024 een stijgende lijn in het aandeel gemeentesubsidies – het betreft hier de Cacaofabriek, waarbij het deel van hun subsidies dat vanuit de gemeente komt steeg van 51% naar 68%. In 2019, toen we ook informatie hadden over Het Speelhuis, bracht de gemeente bijna 100% van de subsidies van beide podia in.

De overige directe en indirecte subsidieinkomsten (publiek geld dat niet uit structurele overheidssubsidies afkomstig is) in Helmond stegen dan ook van 270.000 euro in 2019 naar 2,1 miljoen euro in 2024. Hieronder vallen ook inkomsten zoals incidentele projectsubsidies van allerlei overheden of overheidsfondsen.

Data downloaden uit deze grafiek?

Lasten

In 2024 zijn de totale uitgaven van de 9 onderzochte Helmondse instellingen 13,5 miljoen euro, waarvan 47% (6,4 miljoen euro) opgaat aan personeelslasten. In 2021 was dit nog 8,5 miljoen euro, waarvan 4,1 miljoen euro opging aan personeelslasten (48%). Dit duidt op gestegen totale lasten tussen 2021 en 2024, met een gelijk gebleven deel van de personeelslasten daarbinnen. In 2019, het jaar waarin we wél informatie hebben over Het Speelhuis, was er 13,7 miljoen euro aan totale uitgaven, waarvan 7,1 miljoen euro aan personeelslasten (52%).

Data downloaden uit deze grafiek?

Ook zoomen we nader in op de personele lasten, en hoe bepalend deze uitgaven zijn voor de totale uitgaven van de onderzochte 9 Helmondse instellingen. Zoals hierboven genoemd, stegen gemiddeld de uitgaven tussen 2021 en 2024 bij de instellingen waar wij gegevens over hebben. De personeelslasten stegen ook in die periode, met 2 miljoen euro. In die periode betreffen de personeelslasten consequent zo’n 47% van de totale uitgaven. In 2019 tekenen we aanzienlijk grotere uitgaven op, zowel in het totaal als qua uitgaven aan personeel. Dit heeft ermee te maken dat we voor 2019 en 2020 wél gegevens hebben over Het Speelhuis, maar voor de jaren daarna niet.

Deze ontwikkelingen in de uitgaven verschillen tussen domeinen. Bij de podia (excl. poppodia) is het aandeel personeelslasten in de totale lasten tussen 2021 en 2024 gestegen, van 27% naar 53%. Bij de musea is er eerst stabiliteit en dan een stijging, waardoor het aandeel aan personeelslasten in 2024 uitkomt op 61%. Hierbij zien we vooral stijgende personeelslasten bij Museum Helmond, veruit het grootste museum in de gemeente. De andere twee musea hebben hun personeelslasten over de jaren heen niet altijd consequent weergegeven in hun jaarrekeningen, waardoor we ons hier met name baseren op Museum Helmond. Bij de bibliotheek en het Kunstkwartier daalt het aandeel personeelslasten op de totale lasten: van 58% in 2019 naar 42% in 2024.

Data downloaden uit deze grafiek?

Verhouding eigen inkomsten en subsidies

Tot slot analyseren we de verhouding tussen de eigen inkomsten die de culturele instellingen hebben verworven, en de hoeveelheid subsidies die zij ontvangen. Dit geeft inzicht in de financieringsmix in de Helmondse culturele sector. Bij de Helmondse instellingen waar we voldoende gegevens over hebben, waaronder de Cacaofabriek, het Kunstkwartier en de bibliotheek, maken de eigen inkomsten in 2024 34% uit van de ontvangen subsidies. Dit betekent dat deze Helmondse instellingen voor elke euro subsidie, zelf 34 eurocent bijverdienen. In 2021 betrof dit 19%, oftewel 19 eurocent aan eigen inkomsten per euro aan ontvangen subsidie. Mogelijk is dit te verklaren doordat het een coronajaar was – tussen 2023 en 2024 blijft deze verhouding soortgelijk en stabiel. Belangrijk om te weten is dat we van één van de grootste Helmondse instellingen, Het Speelhuis, geen informatie hebben voor de jaren ná 2020, en voor de musea niet vanaf 2022 om deze ratio te kunnen berekenen. In 2019 bedroeg deze verhouding, dus met een wat andere samenstelling aan onderzochte instellingen, 45%. Oftewel, voor iedere euro aan ontvangen subsidies werd er 45 eurocent aan eigen inkomsten gegenereerd.

Wederom zien we verschillen tussen domeinen. De podia (excl. poppodia) zijn in de afgelopen jaren relatief gezien minder eigen inkomsten gaan genereren: van 98% in 2019 (incl. Speelhuis), via 32% in 2021 (excl. Speelhuis, en een coronajaar), naar 57% in 2024 – op basis van de cijfers over de Cacaofabriek. Voor de bibliotheek en het Kunstkwartier is ook een daling te zien: in 2024 zijn de eigen inkomsten 19% (19 eurocent) van de subsidies, waar dit in 2019 nog 27% (27 eurocent) was. De musea verdienen meer in 2022 ten opzichte van 2019: van 29% aan eigen inkomsten, ten opzichte van de ontvangen subsidies naar 40% in 2022. Data voor 2024 ontbreken.

Data downloaden uit deze grafiek?

Werkgelegenheid en bedrijvigheid

Deze paragraaf brengt de werkgelegenheid en bedrijvigheid in de Helmondse creatieve sector in beeld. Er wordt gekeken naar bedrijfsvestigingen, werknemers en zzp’ers. De cijfers zijn gebaseerd op CBS microdata-bestanden. De creatieve sector is opgedeeld in drie subsectoren:

  • Kunsten en cultureel erfgoed (KCE): o.a. podia, musea, monumenten, en producenten van podiumkunsten;
  • Media en entertainment (ME): o.a. filmmakers, fotografen, bioscopen, uitgeverijen, en pretparken;
  • Creatief zakelijke dienstverlening (CZD): o.a. architecten, ontwerpers, en reclamebureaus.

Bedrijvigheid

In Helmond telde de creatieve sector in 2024 660 bedrijfsvestigingen, oftewel 6,9 per 1.000 inwoners. Dit is 7% van het totale aantal bedrijfsvestigingen in alle sectoren in de gemeente. Van de vestigingen in de Helmondse creatieve sector valt 44% binnen de subsector CZD, 38% binnen KCE en 18% binnen ME. Zowel het aantal bedrijfsvestigingen in de creatieve sector als geheel, als de subsector KCE, groeide tussen 2017 en 2024 met 47%. Daarmee ligt deze groei boven het provinciale gemiddelde van 38%.

Data downloaden uit deze grafiek?

Deze sterkere toename heeft zich echter nog niet vertaald naar grotere aantallen bedrijfsvestigingen per hoofd van de bevolking. Met 6,9 vestigingen in de creatieve sector per 1.000 inwoners blijft Helmond onder het provinciale gemiddelde van 9,9; voor de subsector KCE ligt de gemeente met 2,6 per 1.000 inwoners eveneens onder het Brabantse gemiddelde van 3,9 vestigingen per 1.000 inwoners.

Zelfstandigen

In Helmond telde de creatieve sector in 2024 460 zzp’ers, oftewel 4,8 per 1.000 inwoners. Dit is 8% van het totaal aantal zzp’ers in alle sectoren in de gemeente. Van deze zelfstandigen is 41% actief binnen de subsector KCE: dit is de grootste subsector in Helmond. De meerderheid is man: 62% van de zzp’ers is man, 38% is vrouw. Van alle creatieve zzp’ers is 35% jonger dan 35 jaar; binnen de subsector KCE ligt dit aandeel op 32%.

Het aantal zzp’ers in de creatieve sector in Helmond is tussen 2020 en 2024 met 12% gegroeid. Daarmee ligt de groei onder het provinciale gemiddelde van 16%. Met 4,8 zzp’ers per 1.000 inwoners blijft Helmond onder het provinciale gemiddelde van 7,1. Voor de subsector KCE ligt de gemeente met 2,0 zzp’ers per 1.000 inwoners eveneens onder het Brabantse gemiddelde van 2,9.

Werkgelegenheid

In 2024 zijn er in Helmond 470 banen in de creatieve sector, dat is 4,9 banen per 1.000 inwoners. Het aantal banen kan niet worden uitgesplitst naar de drie subsectoren vanwege de outputrichtlijnen van het CBS. Tussen 2017 en 2024 is het aantal banen in de Helmondse creatieve sector met 6% gedaald, terwijl het aantal banen in de creatieve sector in de provincie met 11% is gestegen.

Er worden in 2024 meer banen ingevuld door mannen (52%) dan door vrouwen (48%) in de Helmondse creatieve sector. Dit is gelijk aan het beeld bij de zzp’ers. Provinciaal zien we juist het omgekeerde beeld: 51% van de banen in de creatieve sector wordt ingevuld door een vrouw, 49% door een man.

Kijken we naar leeftijd, dan wordt 39% van de banen in de Helmondse creatieve sector ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Provinciaal ligt dit hoger: de helft van de banen in de Brabantse creatieve sector in 2024 wordt ingevuld door mensen jonger dan 35 jaar. Dit is meer dan in Helmond.

Data downloaden uit deze grafiek?

Kijken we naar het type contract dat verbonden is aan de banen in de Helmondse creatieve sector in 2024, dan zien we dat 14% van de banen verbonden is aan een ‘flexcontract’ (oproep- en uitzendkrachten), tegenover 86% met een vast contract. Het provinciale beeld is vergelijkbaar.

In Helmond werken relatief meer mensen in de creatieve sector met een groot contract (30 uur of meer) dan gemiddeld in Brabant. In 2024 is 63% van de banen een contract met een omvang van 30 uur of meer tegenover 56% provinciaal.

Data downloaden uit deze grafiek?

Bronnen

Meer weten?

Bekijk het dashboard om meer te weten te komen over de Brabantse gemeenten.

Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.

De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.

Helmond in de Waarde van cultuur 2024