Cultuuruitgaven van overheden

Bij het uitvoeren van het Nederlandse cultuurbeleid zijn provinciale en lokale overheden van groot belang. Op deze pagina kijken we naar de verdeling van cultuuruitgaven over de verschillende overheidslagen. We bekijken de positie van de provincie Noord-Brabant ten opzichte van de andere provincies en kijken naar de uitgaven van de Brabantse gemeenten. Ook kijken we naar de wijzigingen in uitgaven over de tijd.

€19 provinciale cultuuruitgaven

per inwoner

Provinciale cultuuruitgaven

€117 gemeentelijke cultuuruitgaven

per inwoner

Gemeentelijke cultuuruitgaven

€10,50 rijkscultuuruitgaven

per inwoner

Rijkscultuuruitgaven

Samenvatting

De provincie Noord-Brabant gaf in 2023 50,2 miljoen euro uit aan cultuur, omgerekend 19,1 euro per inwoner. De provincie neemt daarmee een zevende positie in ten opzichte van andere provincies, een verbetering ten opzichte van 2021 (positie negen). Brabantse gemeenten zijn de afgelopen jaren meer gaan uitgeven aan cultuur. Deze cultuuruitgaven worden vooral gedragen door negen grotere gemeenten. Brabantse gemeenten geven met 117 euro per inwoner wel minder uit dan het landelijk gemiddelde (127 euro). Brabant staat daarmee op plek zeven van de twaalf provincies.

De meerjarige cultuursubsidies vanuit het Rijk via de Basisinfrastructuur (BIS) namen in de planperiode 2025-2028 toe, in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Een dergelijke stijging is ook zichtbaar in de meerjarige toekenningen van de fondsen. Het aantal organisaties dat meerjarig wordt ondersteund is met één toekenning minder via de BIS en één toekenning meer via de rijkscultuurfondsen gelijk gebleven.

Inleiding

Lokale overheden zijn onmisbaar bij het uitvoeren van het Nederlandse cultuurbeleid. Gemeenten zorgen voor de financiering van plaatselijke en regionale voorzieningen zoals bibliotheken, podia en kunstcentra. Van de in totaal 3,96 miljard euro die de overheid volgens de meest recente cijfers over 2023 in cultuur investeerde, was 58 procent afkomstig van de gemeenten. Provincies droegen 9 procent bij en het Rijk 33 procent.

Inzicht in de geldstromen binnen de culturele sector en de ontwikkelingen daarin is belangrijk voor het versterken en toekomstbestendig maken van de culturele infrastructuur. Hoe deze geldstromen lopen, hoeveel verschillende overheidslagen investeren en hoe deze uitgaven zich tot elkaar verhouden, is van belang voor een evenwichtige spreiding van cultuurgelden.

Recente en langetermijnontwikkelingen onderstrepen deze noodzaak. De financiering van gemeenten staat namelijk in toenemende mate onder druk. Dat komt onder meer door stijgende kosten voor verplichte taken zoals jeugd- en ouderenzorg, waardoor minder ruimte overblijft voor andere taken zoals cultuur. Dit is terug te zien in het feit dat gemeenten een steeds kleiner percentage van hun totale begrotingen aan cultuur zijn gaan uitgeven. Ook de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds zorgt voor onzekerheid over de financiële ruimte van gemeenten vanaf 2026, het zogenoemde ‘ravijnjaar’ (Rietveld 2025). Hoewel het Rijk aanvullende middelen beschikbaar heeft gesteld, blijft de druk op gemeentelijke begrotingen groot (VNG 2025; Ormel & Peters 2025). Omdat cultuur geen wettelijk verplichte taak is, zijn cultuuruitgaven extra kwetsbaar bij bezuinigingen (Vinkenburg 2024). Juist daarom is het belangrijk om de ontwikkeling van publieke cultuuruitgaven goed te volgen.

Het is belangrijk om de investeringsstromen te monitoren, zodat deze inzichten ook toekomstig beleid kunnen voeden en de sector kunnen ondersteunen bij de voorziene bezuinigingen in de komende periode.

Provinciale cultuuruitgaven

Kerncijfers provinciale uitgaven

Gemeenten en provincies zijn een belangrijke schakel in de financiering van het culturele veld. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de provincies landelijk in 2019 samen 348 miljoen euro (20,2 euro per inwoner) bijdroegen aan cultuur (inclusief bibliotheken en lokale media). De opgetelde provinciale cultuuruitgaven dalen in de daaropvolgende coronajaren tot 326 miljoen euro in 2021 (18,6 euro per inwoner), maar stijgen in 2023 weer tot ruim 368 miljoen euro (20,7 euro per inwoner).

De provincie Noord-Brabant gaf in de meest recente cijfers van het CBS in 2023 50,2 miljoen euro uit aan cultuur. Daarmee neemt de provincie in absolute aantallen de tweede plaats in, achter de provincie Limburg (63 miljoen). Met 6,2 procent van de totale uitgaven van de provincie ligt Noord-Brabant boven het gemiddelde van alle provincies (5,7 procent). Omgerekend naar cijfers per inwoner komt echter een ander beeld naar voren: waar de provincie Noord-Brabant per inwoner gemiddeld 19,1 euro aan cultuur uitgeeft, ligt het landelijk gemiddelde op 20,7 euro per inwoner. Daarmee komt de provincie op de zevende plaats in 2023.

Data downloaden uit deze grafiek?
Data downloaden uit deze grafiek?

In 2019 beschikte de provincie over aanvullende middelen uit de verkoop van Essent. De cultuuruitgaven lagen in dat jaar daarom uitzonderlijk hoog (60 miljoen: 23,6 euro per inwoner), met name op het terrein van cultureel erfgoed (10,5 euro per inwoner). Tijdens de coronapandemie daalden de cultuuruitgaven, net als in andere provincies: van 60 miljoen euro in 2019 naar 40 miljoen in 2021 (15,7 euro per inwoner).

In 2023 stegen de cultuuruitgaven weer, naar 50 miljoen (19 euro per inwoner). In 2023 gaat het grootste deel van de Brabantse cultuuruitgaven naar cultureel erfgoed (6,5 euro per inwoner) en podiumkunsten (6,4 euro per inwoner). Vooral op het terrein van de podiumkunsten springt de provincie eruit: geen enkele andere provincie geeft hier in absolute aantallen meer geld aan uit dan Noord-Brabant.

Kijk in het dashboard voor meer cijfers over deze en andere posten binnen de provinciale investeringen voor cultuur.

Gemeentelijke cultuuruitgaven

Kerncijfers gemeentelijke uitgaven

Waar de provinciale cultuuruitgaven een dalende trend laten zien, zien we tussen 2019 en 2023 een toename in de absolute cultuuruitgaven van gemeenten. Nederlandse gemeenten droegen in 2019 samen 1,9 miljard euro aan cultuuruitgaven. In 2023 is dit met 400 miljoen gestegen tot bijna 2,3 miljard (127 euro per inwoner), een stijging van 18 procent.

Ook Brabantse gemeenten zijn tussen 2019 en 2023 meer aan cultuur gaan uitgeven: hun gezamenlijke cultuuruitgaven stegen met 19 procent, van 256,8 miljoen euro (101 euro per inwoner) in 2019 naar 306 miljoen euro in 2023 (117 euro per inwoner). Ondanks dat deze stijging hoger ligt dan de landelijke stijging, ligt het Brabantse gemiddelde nog ruim onder het landelijk gemiddelde van 127 euro per inwoner. Daarmee staat de provincie op een zevende plek in vergelijking met de andere provincies.

Data downloaden uit deze grafiek?
Data downloaden uit deze grafiek?

Handvol Brabantse gemeenten verantwoordelijk voor meerderheid culturele uitgaven

Uit cijfers van het CBS (2024b) blijkt dat gemeenten met meer inwoners in de regel relatief (per hoofd van de bevolking) meer uitgeven aan cultuur dan kleinere gemeenten. Grotere steden beschikken vaker over een uitgebreidere culturele infrastructuur, zoals theaters, musea en poppodia (zie Cultuur en Geldstromen in de landelijke Cultuurmonitor). Deze voorzieningen bedienen niet alleen de inwoners uit de eigen gemeente, maar hebben doorgaans een breder bereik.

Ook in Noord-Brabant is een duidelijk onderscheid zichtbaar in een aantal grote gemeenten met relatief hoge uitgaven aan cultuur en omliggende gemeenten. Eindhoven en ‘s-Hertogenbosch gaven in 2023 het meeste per inwoner uit aan cultuur (211 en 204 euro per inwoner). In deze gemeenten zijn tevens de meeste organisaties gevestigd met financiering uit rijksmiddelen, die vaak wordt gematcht door gemeente of provincie.

Naast deze twee gemeenten zijn er nog zeven andere gemeenten die boven het Brabantse gemiddelde van 117 euro per inwoner uitkomen: Bergen op Zoom (193 euro), Tilburg (179 euro), Breda (175 euro), Helmond (165 euro), Waalwijk (161 euro), Valkenswaard (135 euro) en Oosterhout (127 euro). In deze negen gemeenten wonen vier op de tien Brabanders. Samen nemen deze gemeenten 67 procent van alle gemeentelijke cultuuruitgaven in Noord-Brabant voor hun rekening. Gemiddeld wordt in deze gemeenten 172 euro per inwoner aan cultuur uitgegeven.

Daartegenover staan de overige 45 gemeenten die minder uitgeven dan het Brabantse gemiddelde. In deze gemeenten wonen gezamenlijk zes op de tien Brabanders en wordt een derde van de totale cultuuruitgaven gedaan. In deze gemeenten liggen de gemiddelde uitgaven aan cultuur op 57 euro per inwoner, beduidend lager dan in de grotere gemeenten. Ook de gemeenten Oss (104 euro) en Roosendaal (103 euro), beide actief in BrabantStad, zitten onder het Brabantse gemiddelde, al liggen ze beduidend dichterbij dan de andere 43 gemeenten in deze groep.

Gemeentelijke uitgaven per cultureel domein

Ruim een kwart van de cultuuruitgaven van Brabantse gemeenten werd in 2023 besteed aan podiumkunsten. Hoewel dit daarmee de grootste post is, liggen de uitgaven aan podiumkunsten met 30 euro per inwoner lager dan het Nederlandse gemiddelde (37 euro per inwoner). Ten opzichte van andere provincies neemt de provincie daarmee de negende positie in, net als in 2019.

Van het cultuurbudget werd 22 procent in 2023 besteed aan bibliotheekvoorzieningen (26 euro per inwoner). Dat is een aanzienlijke toename ten opzichte van eerdere jaren: in 2019 maakte dit 18 procent van de uitgaven uit. Ook hier liggen de gemeentelijke uitgaven van de provincie onder het landelijk gemiddelde van 28 euro per inwoner, waardoor de provincie op de tiende plaats staat in vergelijking met andere provincies (één plek hoger dan in 2019).

De uitgaven aan musea liggen met 11 euro per inwoner aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde (15 euro per inwoner), goed voor een zesde plaats in vergelijking met andere provincies. Het aantal musea per hoofd van de bevolking ligt in Noord-Brabant lager dan in andere provincies, waarmee de lagere uitgaven binnen dit taakveld kunnen worden verklaard.

Gemeenten in Noord-Brabant besteden daarentegen steevast een relatief groot deel van het budget binnen het taakveld beeldende kunst en vormgeving (8 procent in 2023). Het gemiddelde van 9 euro per inwoner ligt daarmee aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 5 euro per inwoner, waarmee de provincie landelijk op de tweede plaats komt. Alleen de provincie Utrecht geeft per inwoner meer uit aan beeldende kunst.

Ook de uitgaven aan cultureel erfgoed liggen in de Brabantse gemeenten gemiddeld hoger dan het landelijk gemiddelde: 9 euro per inwoner, ten opzichte van 8 euro per inwoner gemiddeld. Daarmee neemt de provincie de vijfde plek in.

Ruim een tiende van het cultuurbudget van gemeenten in Noord-Brabant wordt besteed aan kunst- en cultuureducatie: gemiddeld 13 euro per inwoner, waar het Nederlandse gemiddelde op 11 euro per inwoner ligt. Ondanks dit relatief hoge gemiddelde daalde de provincie op de ranglijst: van de eerste plaats in 2019 naar de vierde plaats in 2023. In Groningen, Flevoland en Noord-Holland werd in 2023 meer uitgegeven aan kunst- en cultuureducatie.

Data downloaden uit deze grafiek?

Meer gegevens over de detaillering van de gemeentelijke cultuuruitgaven zijn te vinden in het dashboard.

Rijkscultuuruitgaven

Kerncijfers rijksgelden cultuur

Naast financiering vanuit lokale overheden zijn er landelijke subsidies die terechtkomen bij Brabantse instellingen en projecten. Meerjarige subsidies vanuit het Rijk worden verleend via de Basisinfrastructuur cultuur (BIS), de rijkscultuurfondsen en de Erfgoedwet. Deze meerjarige subsidies worden verleend in planperiodes van twee of vier jaar, waarbinnen de toegekende subsidies in principe niet substantieel wijzigen. De jaarlijkse stijging van de subsidies komt voort uit loon- en/of prijsbijstellingen (indexatie), maar toekenningen blijven in de regel gelijk. Daardoor wijzigen de posities van provincies ten opzichte van elkaar alleen bij het ingaan van een nieuwe cultuurplanperiode.

Data downloaden uit deze grafiek?

Basisinfrastructuur (BIS)

In de cultuurplanperiode van 2021-2024 ontvingen dertien Brabantse instellingen een directe BIS-subsidie voor een totaal van 15 miljoen euro per jaar (5,8 euro per inwoner) aan toegekende subsidies. In de huidige planperiode van 2025-2028 zijn er twaalf instellingen in Noord-Brabant in de BIS opgenomen, voor een totaal van 18,7 miljoen euro (7 euro per inwoner). De provincie Noord-Brabant behoudt daarmee de zevende positie ten opzichte van andere provincies.

Ten opzichte van de vorige periode is er één plek minder toegekend, op het gebied van jeugdpodiumkunsten. Net als in de voorgaande periode ging het grootste deel van de subsidie naar het symfonieorkest Philzuid, dat in zowel Noord-Brabant als in Limburg is gevestigd. Van de twaalf BIS-instellingen liggen er vijf in Eindhoven, vier in Den Bosch, twee in Tilburg en één in Oisterwijk.

CategorieToekenningAantal instellingen
Symfonieorkesten€ 9.459.4001
Ontwikkelinstellingen€ 2.134.8093
Theater€ 2.022.5001
Festival design€ 1.241.1001
Jeugdpodiumkunsten€ 1.160.0001
Presentatie-instellingen€ 797.3501
Postacademische instellingen€ 667.6001
Future lab design en technologie€ 587.6971
Festivals (Podiumkunsten)€ 386.5411
Regionale musea€ 280.0001
Totaal€ 18.736.99712

Bron: Rijksoverheid (2023).

Noord-Brabant ontvangt BIS-toekeningen in 10 van 31 categorieën. Er zijn geen toekenningen voor onder meer dans, opera, film- en letterenfestivals, muziekensembles en koren.

Rijkscultuurfondsen

Ook via de rijkscultuurfondsen worden culturele instellingen in Noord-Brabant meerjarig gefinancierd. Het aantal instellingen dat meerjarige financiering ontvangt komt in de huidige periode op 36 instellingen en festivals. Dat is één meer dan in de voorgaande periode: er kwamen 11 nieuwe organisaties bij, en 10 Brabantse organisaties verloren de structurele bijdrage vanuit het Rijk.

Alle culturele instellingen met meerjarige financiering van één van de rijkscultuurfondsen zijn gevestigd in de vier grote steden: 12 in Tilburg, 10 in Eindhoven, 10 in ’s-Hertogenbosch en 4 in Breda. Het totale toegekende bedrag is 9,3 miljoen euro per jaar in de huidige periode. Omgerekend naar inwoner is dit 3,5 euro per inwoner per jaar.

FondsToekenningenAantal instellingenRank
Fonds Podiumkunsten€ 5.055.000215/12
Fonds Cultuurparticipatie (incl. CmK)€ 3.228.690105/12
Stimuleringsfonds€ 475.00014/4
Mondriaanfonds€ 450.000211/12
Letterenfonds€ 130.62525/6
Filmfonds6/6
Totaal€ 9.339.315366/12

Bron: Filmfonds, Fonds Cultuurparticipatie, Fonds Podiumkunsten, Letterenfonds, Mondriaanfonds, Stimuleringsfonds.

Het grootste aantal meerjarige toekenningen is afkomstig van het Fonds Podiumkunsten. Het aantal gefinancierde podiumkunstinstellingen en -festivals daalde van 25 naar 21 in de huidige periode, maar het jaarlijkse subsidiebedrag van 3,6 miljoen euro steeg naar ruim 5 miljoen euro. Daarmee steeg de provincie van plaats zes naar plaats vijf ten opzichte van andere provincies.

Ook de bijdragen van het Fonds Cultuurparticipatie namen toe ten opzichte van de voorgaande periode: van 2,4 miljoen euro naar 3,2 miljoen euro voor 10 instellingen. Daarmee stijgt de provincie van plaats negen naar plaats vijf ten opzichte van andere provincies. Verreweg het grootste deel van de subsidies van het Fonds Cultuurparticipatie (70-90 procent) worden via de penvoerders van de CmK-gelden besteed aan cultuureducatie in het onderwijs. In de huidige periode zijn dit vijf organisaties, ten opzichte van twee organisaties in de voorgaande periode.

Waar het Mondriaanfonds tussen 2021 en 2024 in totaal drie kunstpodia structureel ondersteunde zijn dit in de huidige periode nog slechts twee instellingen. Het jaarlijkse bedrag steeg van 0,33 miljoen naar 0,45 miljoen euro. De provincie Noord-Brabant daalt echter van plek acht naar plek elf als we dit bedrag delen door het aantal inwoners.

Noord-Brabant staat in de huidige cultuurplanperiode op de vijfde plaats van de vijf provincies waar het Letterenfonds meerjarige subsidies heeft toegekend, met twee meerjarige subsidies ter waarde van in totaal 0,13 miljoen euro per jaar.

Voor zowel het Stimuleringsfonds als het Filmfonds zijn er geen wijzigingen geweest in het aantal toekenningen. Een verhoging van het toegekende bedrag door het Stimuleringsfonds zorgde niet voor een stijging ten opzichte van andere provincies (plaats vier van vier). Door een uitbreiding van het aantal toekenningen aan filmfestivals in andere provincies daalde Noord-Brabant van plek drie naar plek zes waar het gaat om structurele bijdragen vanuit het Filmfonds.

Bronnen

Meer weten?

Bekijk het dashboard voor een deel van de indicatoren over cultuuruitgaven van overheden.

Lees meer over de cijfers over cultuur en geldstromen in de landelijke Cultuurmonitor.

Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.

De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.

Ben je benieuwd naar de resultaten uit 2024?