Introductie en aanleiding
Uit de huidige en eerdere edities van Waarde van Cultuur blijkt systematisch dat Brabantse jongeren tussen 16 en 29 jaar actiever zijn in cultuur en erfgoed dan oudere leeftijdsgroepen, maar dat ze tegelijk het aanbod minder goed waarderen. Hetzelfde patroon zien we in andere provincies (Cultuurmonitor Zeeland; Cultuur- en Erfgoedmonitor Gelderland) en in de landelijke Vrijetijdsomnibus. Jongeren zijn actiever, maar minder tevreden over het aanbod. Deze bevindingen zijn aanleiding om dieper in te gaan op het thema jongeren en cultuur.
We besteden, zoals bij het sociaal kapitaal in deze monitor, aandacht aan jongeren en hun bezoek, beoefening, steun en waardering van cultuur en erfgoed. Het actief beoefenen van cultuur, al dan niet in georganiseerd verband, is een belangrijk onderwerp, zeker voor beleid. Sturingsmogelijkheden bij beoefening liggen voor de hand, meer dan bij bezoek aan cultuur en erfgoed als vrijetijdsbesteding. Denk aan cultuureducatie binnen of buiten school en aan culturele verenigingen, zoals muziekverenigingen en koren. Deze vormen van cultuurdeelname kunnen lokaal worden versterkt.
Op deze pagina doen we allereerst verslag van een kwantitatieve analyse van de verschillen in cultuurparticipatie tussen enerzijds adolescenten (16 tot en met 23 jaar) en anderzijds jongvolwassenen (24 tot en met 29 jaar). Dit wordt gevolgd door een verslag van kwalitatieve werksessies met zes groepen jongeren verspreid over de provincie. Het onderwerp: wat bezoek je en wat zou je (nog) willen bezoeken, wat doe je graag en wat zou je (nog) meer willen doen, en, als je iets mist, zou je ook zelf iets kunnen oppakken?
Verschillende invalshoeken
Er lijken twee invalshoeken te onderscheiden te zijn in de aandacht voor jongeren en cultuur. In de academische wereld ligt de nadruk op nieuwe vormen van cultuuraanbod naast de al bestaande
In de wereld van het ondersteunen van en adviseren over jongeren en cultuurparticipatie, bijvoorbeeld via organisaties als het LKCA en Kunstloc Brabant, ligt de nadruk meer op de spin-off van cultuurdeelname door jongeren. Het gaat hier om de positieve individuele opbrengsten op het vlak van gezondheid, sociaal-emotionele ontwikkeling en het meedoen in de samenleving, maar ook bredere maatschappelijke effecten zoals sociale samenhang,
Volgens de landelijke Vrijetijdsomnibus (VTO) zijn kinderen jonger dan 19 jaar actiever in cultuurbezoek dan oudere leeftijdsgroepen, al zijn de verschillen met oudere leeftijdsgroepen niet erg groot. Op onderdelen zijn ze ook actiever in cultuur- en erfgoedbeoefening en minder tevreden met het cultuuraanbod. Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde dat er waarschijnlijk geen blijvende generatieverschillen zijn in culturele voorkeuren en gedrag: naarmate jongeren ouder worden, gaan ze meer lijken op huidige
Jongeren in de cultuurpeiling
Allereerst kijken we naar de positie van jongeren in de Brabantse cultuurpeiling (onderdeel van Waarde van cultuur). We maken onderscheid tussen adolescenten en
Bezoek
Bij bezoek maken we onderscheid in jongeren die enkele keren in het afgelopen jaar, maandelijks of wekelijks een culturele activiteit bezoeken versus diegenen die dat een keer in het afgelopen jaar hebben gedaan of niet. We zien heel weinig verschillen tussen adolescenten en jongvolwassenen als we kijken naar 10 te bezoeken culturele activiteiten (theater, opera, musical, cabaret, etc.) en naar 14 te bezoeken plekken (museum, bioscoop, festival, monumenten, etc.). Er is maar één verschil: jongvolwassenen bezoeken herdenkingsmonumenten vaker dan adolescenten. Alle jongeren (tot 30 jaar) zijn vaker te vinden bij dance/housefeesten vergeleken met dertigers en veertigers. Ze bezoeken vaker festivals en archieven, maar juist minder vaak bibliotheken.
Opmerkelijk is dat slechts een handvol jongeren vindt dat het aanbod in de eigen omgeving niet aansluit bij de eigen interesses. Ook geven jongeren niet vaker dan ouderen aan dat ze een activiteit missen die ze willen bezoeken. Er worden 27 gemiste zaken door adolescenten genoemd en 35 door jongvolwassenen. Er zitten geen typische activiteiten uit ‘
Beoefening
We vergelijken hier groepen die enkele keren of vaker per jaar een culturele activiteit beoefenen met groepen die dat niet of minder vaak doen. Opnieuw zijn er zeer weinig noemenswaardige verschillen tussen de jongeren onderling. Jongvolwassenen doen vaker aan toneelspelen dan adolescenten en zijn vaker bezig met oude ambachten en het naspelen van historische gebeurtenissen.
We hebben geen goede vragen in de cultuurpeiling gesteld over de georganiseerdheid van de cultuurbeoefening. Onder jongeren die één activiteit beoefenen en dat vooral ongeorganiseerd doen zijn veel gamers. De verschillen tussen de twee groepen jongeren en tussen jongeren, dertigers en veertigers zijn niet noemenswaardig sterk. Ook nu vindt bijna niemand dat het aanbod in eigen omgeving niet aansluit bij de eigen interesses en springen jongeren er niet uit ten opzichte van andere leeftijdsgroepen in activiteiten die zij missen.
Steun
Adolescenten en jongvolwassenen zijn even vaak lid van een culturele organisatie of vereniging. Ze doen ook even vaak vrijwilligerswerk in de cultuursector en geven even vaak geld aan culturele evenementen, organisaties of verenigingen. Rond de 70% van de jongvolwassenen heeft geen van deze vormen van steun gegeven, bij adolescenten is dat 80%.
Waardering
Jongeren zijn redelijk tevreden over het cultuuraanbod in Noord-Brabant. Het overall rapportcijfer voor het cultuuraanbod is onder adolescenten een 7,5 en onder jongvolwassenen
Voldoende aanbod?
Tot slot is gepeild of men het cultuuraanbod in de eigen omgeving voldoende vindt. Ook nu geen verschillen tussen jongeren onderling.
Werksessies jongeren en cultuur
In het voorjaar van 2026 zijn zes werksessies georganiseerd in verschillende gemeenten in Noord-Brabant, waarbij gekeken is naar een goede spreiding van verschillende groepen jongeren. De gesprekken zijn gespreid gevoerd met jongeren die een vmbo-mbo-opleiding volgen en jongeren die het vwo doen en met jongeren uit de grotere steden en de kleinere steden (verder weg van de grote steden). Van de zes werksessies was er ook één met jongeren die in het hbo een opleiding tot maker volgen (van muziek tot tekstschrijven, van theater tot beeldend) en één met jongeren die doen aan buitenschoolse cultuureducatie (met name musical).
Van de vmbo-mbo-opgeleiden uit de zeer sterk verstedelijkte gemeente (Tilburg) had een grote meerderheid een migratieachtergrond. Bij een eerste sessie in een weinig verstedelijkt gebied (Deurne) had één van de vijf mbo-jongeren (allen jongens) een migratieachtergrond. Bij een andere werksessie in zo’n weinig stedelijk gebied (Boxmeer) spraken we negen 5-vwo-leerlingen (allen meisjes; één met een migratieachtergrond). Tot slot spraken we met zes 5-vwo’ers (één jongen) in een sterk verstedelijkte gemeente (Roosendaal) van wie er twee een migratieachtergrond hebben. Alle jongeren met een migratieachtergrond zijn van minstens de tweede, vaak derde generatie. Per werksessie spraken we met vijf à tien jongeren.
Welke culturele activiteiten bezoeken jongeren graag en doen ze ook?
Het lijkt erop dat hoe jonger en hoe meer (v)mbo-opgeleid jongeren zijn hoe meer ze culturele activiteiten verbreden naar vrijetijdsactiviteiten in het algemeen. Kleinere of grotere plaatsen waar weinig aanbod is betekent dat jongeren het elders gaan zoeken. De mbo-jongeren in weinig stedelijk gebied lijken voldoende te hebben aan hun ‘niet-culturele’ vrijetijdsactiviteiten.
Jongeren die voor hun beroepsopleiding of in buitenschoolse educatie actief bezig zijn met cultuur, bezoeken een brede range aan culturele activiteiten, van bioscoop tot dansvoorstelling, van kerken tot musea, van lokale filmhuizen tot de Efteling, van jazzclub tot jamsessies. Diegenen die actief zijn met cultuureducatie (meer precies: de musicalklas) noemen ook winkelen. De studenten van de kunstvakopleiding noemen bijna geen activiteiten buiten de culturele sector (op yoga en ‘vintage clothes’ na). Ook worden activiteiten genoemd uit ‘the culture’ (vooral hiphop/dans) en organisaties die op dit terrein actief zijn. Opvallend is dat deze jongeren zich bij elk bezoek afvragen wat ze er in hun opleiding mee zouden moeten of kunnen. Het bezoek wordt zo eerder werk dan een vrijetijdsbesteding, aldus één van de studenten.
De jongeren uit Tilburg met een vmbo-mbo opleiding noemen juist veel activiteiten die we eerder buiten de cultuursector zouden plaatsen, zoals voetballen, martial arts, racen, boulderen, hiken en backpacken. Het scrollen op sociale media, maar ook het henna’s zetten, het bezoeken van een toneelstuk of comedy en van een museum worden genoemd. Daarnaast valt op dat ze ook ‘bruiloft bezoeken’ noemen. Ze doelen op bruiloften waar veel gedaan wordt aan muziek en dans uit hun herkomstlanden als Somalië en Marokko.
Dat geldt deels ook voor de (mannelijke) jongeren die hun
In Boxmeer is met negen vrouwelijke 5-vwo-scholieren gesproken. Op een enkeling na komen zij uit de omliggende dorpen van Boxmeer. Door hen worden veel culturele activiteiten genoemd (naast ook wel niet-culturele, zoals sporten). Vaak festivals (Pinkpop, Zwartecross) en concerten, maar ook carnaval en in het bijzonder het carnavalsevenement de metworstrennen, een soort paardenrennen. De bioscoop wordt veel genoemd, net als bepaalde feesten (Nijmeegse zomerfeesten, kermisfeesten Boxmeer/tentfeesten) en bepaalde dansvormen (extravaganza).
We hebben met zes 5-vwo’ers in Roosendaal gesproken. Het culturele aanbod in Roosendaal wordt zeer kritisch bekeken. Zo vinden ze dat er te weinig te doen is en trekken erop uit naar andere steden om concerten (Rotterdam, Tilburg) of om een platenzaak te bezoeken (Bergen op Zoom). In Roosendaal gaan ze naar de film of bezoeken ze ‘workshops met artiesten’. Met school bezoeken ze wel eens het Roosendaalse aanbod, maar dat werd niet als een onverdeeld succes ervaren.
Welke culturele activiteiten bezoeken ze graag maar doen ze (nog) niet?
Festivals, concerten en films worden veel genoemd. De mbo-jongens uit het weinig-stedelijk gebied missen eigenlijk niet zo veel. Ze zijn al druk bezig en hoeven niet per se meer te bezoeken.
Opnieuw wordt een groot aantal (plekken voor) culturele activiteiten genoemd die jongeren graag bezoeken maar (nog) niet doen. Bezoek aan een buitenbioscoop, aan meer interactieve musea, meer dingen voor jongeren buiten de feestdagen (dan zijn veel festivals voor vooral ouderen, zo geven jongeren aan), meer optredens met jeugdige artiesten. De leeftijdsgrens van 18 jaar bij grotere festivals sluit een deel van de jongeren uit.
Bepaalde activiteiten willen jongeren vaker bezoeken, maar de prijs weerhoudt hen: ‘Alles kan vaker, maar dat is duur’. De kunstvakstudenten noemen enerzijds vaak intieme, kleinschalige en lokale initiatieven die ze vaker willen bezoeken (maar helaas ‘te duur’) en anderzijds – paradoxaal – megamusicals en megafilms en andere ‘grotere dingen die nu alleen in Amsterdam zijn’. Deze studenten zijn goed op de hoogte van het theater- en muziekaanbod in de stad
De jongeren uit Tilburg met een vmbo-mbo achtergrond noemen cultuurlocaties in de buurt minder vaak. Zij missen optredens van grote artiesten zoals Justin Bieber en Drake. Iemand die wel zou willen skydiven en bungeejumpen mist ook theater of opera. Musea worden eveneens genoemd. Een aantal van hen noemt ook verschillende buitenlanden, zoals Brazilië of China, waar ze naar toe zouden willen. Niemand heeft het expliciet erover of het betaalbaar is om hieraan deel te nemen, dat lijkt op voorhand uitgesloten.
De Deurnese jongeren geven weinig antwoord op de vraag wat ze missen om te bezoeken, het lijkt vooral iets wat ze nog niet mogen vanwege hun leeftijd. Genoemd worden de festivals waar je 18 voor moet zijn.
De Boxmeerse vwo-scholieren noemen vooral culturele activiteiten zoals meer festivals, concerten en film. Hiernaast noemen ze niet-culturele zaken, zoals sporten (Pilates, indoor klimmen, hardlopen, hyrox). Ze vragen aandacht voor de kosten. Veel van wat ze willen bezoeken is op (verre) afstand van de dorpen waar ze wonen. Net als de Deurnese jongeren pleiten ze voor een jongeren-OV-kaart. Een aandachtspunt is veiligheid, zeker voor deze vrouwelijke scholieren, die zeker niet zonder aarzelen laat op de avond een groot concert bezoeken. Daarom gaan ze het liefst met een groep op pad, al is het lastig plannen door drukke agenda’s.
De jongeren die in Roosendaal op 5 vwo zitten willen meer naar de bioscoop, concerten (van orkesten; K-pop, metal, rock), musicals, en ook wel festivals gaan. Een aantal van deze scholieren woont in de omliggende dorpen (Rucphen, Schijf). Zij moeten veel moeite doen om in Roosendaal culturele activiteiten te bezoeken en ouders staan het meisjes ’s avonds niet toe om alleen heen en weer naar Roosendaal te fietsen.
Welke culturele activiteiten doen ze graag en doen ze ook?
Jongeren noemen een breed spectrum aan activiteiten: dansen, zingen, muziek maken, tekenen, fotografie, creatieve content maken, instrumenten bespelen, bezoeken van musea en andere culturele plekken, muziekverenigingen, debatteren, reizen en vormen van culturele expressie uit herkomstculturen.
Hier komt het thema beoefening expliciet aan bod. Jongeren uit de musicalklas en de kunstvakopleidingen noemen een groot aantal activiteiten die ze zelf doen. Dat lijkt vanzelfsprekend. Het blijft niet ‘beperkt’ tot de culturele activiteiten die ze in het onderwijs aangeboden krijgen. Veel dansen, zingen, toneel spelen uiteraard bij de musicalleerlingen, maar ook instrumenten bespelen, tekenen en knutselen, schrijven, zelfs figureren. Shoppen, reizen en ‘bootje varen’ worden ook genoemd. Het valt op dat behalve de musicallessen er weinig genoemd wordt wat jongeren samen, in groepsverband doen, laat staan in formeel georganiseerd verband c.q. verenigingsverband.
De kunstvakstudenten komen met een breed scala van activiteiten, los van die waarin ze worden opgeleid of die (gratis) op de opleiding worden aangeboden: schrijven, lezen en tekenen, filmen, online content maken, leren over de historische en culturele dingen in een stad, praten met anderen over cultuur, kunst en persoonlijke ontwikkeling, ‘trying to go to musea’, met museum- of theaterkaart op pad gaan en optredens van medestudenten en vrienden bezoeken. Kunstvakstudenten geven aan moeite te hebben om culturele activiteiten ‘zo maar’ te doen. “Hobby is werk geworden en dan is het moeilijk iets vrijblijvend te doen”. Ook hier geen meldingen over gezamenlijke en/of formeel georganiseerde activiteiten.
De vmbo-mbo opgeleide jongeren in Tilburg-Noord komen eveneens met veel activiteiten die ze beoefenen. Tekenen, architectuur bezoeken, (weer) bruiloften bezoeken, henna zetten en/of jezelf opmaken, naar museum gaan, vloggen. Ook nu weer een aantal sporten (van hiken tot zwemmen) en ook picknicken. Twee vrouwelijke jongeren noemde Reggada, een traditionele muziek- en dansstijl uit Marokko, en Buraanbur, een poëzievorm uitgevoerd door Somalische vrouwen begeleid door drums en dans (vaak op bruiloften opgevoerd). Er worden dus culturele activiteiten gedaan die niet in het traditionele Nederlandse repertoire zitten, maar waar ook geen cultuurlocatie (althans in Tilburg) ruimte voor biedt.
De Deurnese mbo-jongens noemen tal van activiteiten die ze graag doen, maar weinig echt culturele activiteiten: sporten (voetballen met vrienden, kickboksen) maar ook sleutelen, lassen, ‘frotten’ (iets tussen sleutelen en dingen maken in), crossen en ‘rondrijden op mijn brommers en er aan hobbyen’. Daarnaast worden weer bier drinken en werken (meer dan fulltime) genoemd. Er worden wel culturele activiteiten aangehaald, zoals dansen en Habesha, het beoefenen van dans en muziek verbonden aan cultuur van Ethiopië en Eritrea. De activiteiten lijken al met al niet bijzonder georganiseerd, laat staan verbonden aan een lidmaatschap van een sport- of culturele vereniging.
In Boxmeer noemen de 5-vwo-leerlingen een grote hoeveelheid activiteiten die men ‘doet’. Nu zijn de culturele en niet-culturele, sportieve activiteiten in balans. Dansen, maar ook wandelen, creatieve ‘posts’ maken en een ‘rondje rijden met de tractor’, Spaans leren en Karaoke zingen, piano spelen en voetballen, muziek maken (en er mee optreden) en ook debatteren, ouderen begeleiden met creatieve activiteiten en steden bezoeken en daar shoppen, fotograferen en zwemmen in de lokale zwemplas. Denkend aan het feit dat ze veel uren naar school gaan, het vaak veel tijd kost om op school te komen, ze veel bijbaantjes hebben en dus weinig vrije tijd, is de lijst van activiteiten indrukwekkend.
De jongeren die op 5-vwo in Roosendaal zitten noemen veel verschillende culturele activiteiten. De muziekverenigingen spelen een belangrijke rol in het leven van de jongeren, zeker die in de dorpen rond Roosendaal wonen. Zij spelen zelfs in meerdere orkesten of bands en geven concerten in verschillende samenstellingen (soms als invaller), concerten die ze ook wel eens zelf organiseren met steun van de vereniging. De jongeren uit Roosendaal doen aan zingen en muziek luisteren, schilderen en tekenen, gamen, fotograferen, verschillende ‘personal styling’-zaken, lezen. Een leerlinge bezoekt ook graag Kunstatelier Pauzepunt, bedoeld voor jongeren om in alle rust te kunnen tekenen, schilderen, handwerken, etc. Zij moet daar tot haar spijt over een week mee stoppen omdat ze 18 wordt.
Welke culturele activiteiten doen ze graag maar doen ze (nog) niet?
Meerdere jongeren willen (meer) instrumenten leren spelen. Maar ook meer dansen, concerten organiseren, culturele lessen volgen of zich verder ontwikkelen. Belangrijke drempels zijn tijd, geld, afstand, gebrek aan informatie en beperkte lokale mogelijkheden.
Extra dansen, tapdansen, een extra instrument leren spelen, verschillende instrumenten spelen, musea bezoeken, meer sporten en (weer) meer ‘bootje varen’ dat zijn de ambities van de Bredase musicalklasleerlingen: de activiteiten die ze graag beoefenen maar (nog) niet doen.
De lijst is langer bij de kunstvakstudenten: concerten geven en concerten en voorstellingen organiseren, aan beeldende kunst doen, kleren maken, musicals doen, piano spelen, breien, dansles of schilderles nemen etc. Bij de kunstvakstudenten loopt wat je kan bezoeken en kan beoefenen wat vaker door elkaar dan bij andere groepen. Dat heeft te maken met wat we al eerder aangaven dat voor hen bezoeken en doen door elkaar lopen. Als ze naar een concert gaan is dat ook een reflectie op hun kunstenaarschap in wording.
Muziek leren, klarinet leren spelen (na een hele summiere kennismaking op de lagere school), henna leren, pianospelen, leren moonwalken, acteren, maar ook de wereld zien, kamperen, skiën, reizen worden door de Tilburgse vmbo-mbo jongeren genoemd. Het leek erop dat dit onderwerp – wat doe je graag en doe je nog niet – wat meer inspanning kostte. Ze hadden het gevoel in herhaling te vallen en met moeite iets te kunnen noemen. Als er zoiets als klarinet spelen genoemd werd, is dat aanleiding tot enige hilariteit. Het is niet duidelijk of het onderwerp gênant gevonden werd, niet iets om zomaar voor uit te komen.
De drempels om (nog) niet te doen wat men graag zou doen, vooral genoemd door de kunstvakstudenten, zijn: geld, tijd (gerelateerd aan het idee dat wat je doet nut moet hebben), onzekerheid (omdat ze in alles dan ook goed willen zijn c.q. iets veel discipline kost) en informatie. Men is niet altijd op de hoogte van wat er te doen is.
De Deurnese jongens noemen maar heel weinig activiteiten die ze graag zouden willen beoefenen, maar niet doen. Drie van de vijf reacties gaan over geld (‘heel veel geld verdienen’) of de werkzame toekomst (‘mijn eigen lasbedrijf beginnen, ‘bedrijf overnemen’). Wat ze (nog) niet doen wordt dus eerder verbonden aan werk in de toekomst dan aan culturele activiteiten en eventuele belemmeringen in het hier en nu. Er worden nog een paar andere thema’s genoemd: op het gebied van sport (basketbal en boksen) en één culturele activiteit: meer ‘uptempo’-feesten bezoeken. Degene die dit noemt geeft op papier de namen van de uitvoerende muzikanten in dit genre mee aan de onderzoekers.
‘Als er dichterbij meer te doen was zou dat fijn zijn’, aldus de Boxmeerse vwo-scholieren. Ze voelen een groot gemis aan plekken waar cultureel wat te doen is. Ze gaan naar Nijmegen met het OV (‘erg duur’) en voor grote concerten nog verder weg. Ze zijn niet erg uitgesproken over wat ze in de nabijheid missen. De een noemt plekken om op te kunnen treden (‘juist niet op school’), anderen noemen een instrument leren spelen, pianoles of naailes, lekker kunnen koken, fotograferen van architectuur. Dat kost allemaal geld. En: ‘ik kan niet veel uitvoeren omdat de afstand te ver is en waar ik woon niet veel te doen is’. Sommigen weten niet hoe ze dit moeten organiseren – ‘je moet wel een leraar hebben’ – en of er centra voor cultuureducatie in de nabije omgeving zijn.
De vwo’ers uit Roosendaal hebben een lange verlanglijst: ze willen nieuwe instrumenten leren spelen, dat samen doen met meer leeftijdgenoten, naar concerten en festivals gaan, meer aandacht voor muziekbeoefening (op school en vanuit de gemeente), meer reclame voor wat je kan bezoeken en waar je zoal aan mee kan doen in de stad. Er zijn zorgen over de kosten van het meer instrumenten leren spelen. De Roosendaalse die, eenmaal 18 jaar, niet meer naar Kunstatelier Pauzepunt zegt te kunnen, wil graag ‘eenzelfde voorziening voor jongvolwassene’, zoals ze dat zelf noemt. De jongeren die in de muziekverenigingen actief zijn, zijn zeer betrokken. Eén van hen zit in het bestuur van de muziekvereniging en een ander heeft een gesprek gehad met een wethouder van Roosendaal over hoe de stad aantrekkelijker te krijgen. De groep pleit voor een folder die er nu wel voor basisschoolleerlingen voor sport is. In de folder staan activiteiten die je kan doen waaruit je er drie kan kiezen om uit te proberen. Zoiets zou er voor cultuur ook moeten zijn.
In verschillende sessies werd genoemd hoe ze ‘vroeger’, als kind, veel meer deden aan culturele beoefening. Soms een instrument spelen, vaak knutselen en tekenen, veel lezen. Het lijkt voor jongere kinderen makkelijker om laagdrempelig aan culturele activiteiten uit te proberen. Voor jongeren zijn er drempels gerelateerd aan zaken als tijd en geld. Ook aarzelen kunstvakstudenten en vwo’ers om ergens aan te beginnen of iets uit te proberen, vooral als je iets nog niet kan, er nog niet goed in bent, terwijl je dat wel graag snel wil zijn.
Wat gemist wordt, zelf organiseren
De wens om zelf initiatieven te organiseren verschilt sterk per groep. Kunstvakstudenten zien mogelijkheden voor broedplaatsen en try-out locaties. Jongeren uit andere groepen vertellen over de verschillende drempels. Zelf iets nieuws organiseren is niet gemakkelijk.
De musicalklas betwijfelde of ze wel zelf iets kunnen organiseren. ‘Je kan geen artiesten uitnodigen, dat is te groots gedacht’. En: ‘zoals het nu is, is het goed’. ‘Het is fijn dat de gemeente vooral veel inzet op feesten’. Ze bedoelen festivals als Breda Barst, Parkies, Jazz Festival, Havenfeesten etc.
De kunstvakstudenten willen wel dingen samen organiseren, maar dan graag op een fysieke plek die én ‘niet-Fontys’ is en laagdrempelig. Een broedplaats ‘outside school’. Dan zouden ze klein willen beginnen, bij mensen in de buurt en dan ‘verder uitbouwen’. Ook zouden het echte ‘tryout’-plekken moeten zijn.
De vmbo-mbo jongeren uit Tilburg geven desgevraagd aan dat je inderdaad samen activiteiten kunt organiseren, bijvoorbeeld een instrument leren spelen en dan samen spelen, of zelf iets bakken voor een picknick. De jongeren benadrukken wel dat er voldoende budget beschikbaar moet zijn om dergelijke initiatieven samen op te pakken. Ze leken niet op de hoogte van het bestaan van bepaalde potjes bij de gemeente voor dit doel.
De mbo-jongens uit Deurne hebben geen behoefte aan het samen organiseren van culturele activiteiten. Ze komen elkaar wel tegen op festivals en feesten, maar dat is het dan ook. Ze werken wel degelijk samen, maar dan aan brommers, scooters, etc., niet aan culturele activiteiten.
Zelf organiseren wat je nu mist is ‘nog niet zo makkelijk’, aldus de vwo’ers in Boxmeer. Zelf iets doen aan het gevoelde gebrek aan optreedplekken in Boxmeer, buiten de school, is niet te combineren met school, reistijd, werk en (al dan niet culturele) vrijetijdsbestedingen. De wens lijkt er wel, maar de kans om het op te pakken wordt niet groot ingeschat. ‘Elk vrijgevallen uur, probeer ik te besteden aan werk om zo weer geld te hebben’.
De Roosendaalse vwo’ers hebben al nagedacht over wat er in de stad of het aanpalende dorp waar ze wonen nog meer kan gebeuren. Leden werven voor de verenigingen, samen met de verenigingen zelf concerten organiseren, vrijwilligerswerk doen. De verenigingen kunnen een deel van de kosten meebetalen, niet alles, want ‘ze hebben geen hoge budgetten’. Ze doen nu al dingen samen (bij optredens) en nog meer doen is wel moeilijk: ‘Er zijn drempels. Je hebt ruimte nodig, spullen, reclame, mensen die helpen’. Een meisje vertelt over de rol van één van de moskeeën in Roosendaal. Daar worden voor verschillende groepen jongeren veel verschillende culturele activiteiten georganiseerd.
Conclusie
Hier kijken we terug op de relatie jongeren en cultuur. Uit het cijferonderzoek blijkt dat er weinig verschil is tussen jonge jongeren (16-23 jaar) en wat oudere jongeren (24-29 jaar): in 2025 bezoeken en beoefenen ze dezelfde dingen. Er wordt weinig gemist qua cultureel aanbod en als ze iets missen zijn het musea. Activiteiten en uitingen als hiphop, dance, rap, e.d., zijn niet genoemd. De waardering van cultuur is bij de twee jongerengroepen zo goed als gelijk, een ruime 7.
In de werksessies met jongeren uit verschillende opleidingsgroepen en uit (zeer) sterk en weinig stedelijke gebieden komt een genuanceerd beeld naar voren. Zeer opmerkelijk is het drukke leven van jongeren. Jongeren hebben een volle agenda waarin vrijetijdsactiviteiten concurreren met school, werk in soms meerdere werkkringen en reistijd (zeker in de dorpen). Waar jongeren ook wonen, ze bezoeken meestal verschillende culturele plekken en doen aan veel verschillende culturele activiteiten. Festivals bezoeken springt eruit, meer samen muziek (leren) maken als het gaat om beoefening.
De mbo-leerlingen in de techniek houden zich vooral bezig met bredere vrijetijdsactiviteiten dan alleen culturele. Wat ze doen ligt ergens wel in het verlengde van hun opleiding: dingen maken, aan brommers sleutelen, nieuwe voertuigen maken, etc. Ook bij de hbo-kunstvakstudenten is er een verband tussen opleiding en vrije tijd: zij bezoeken en beoefenen veel verschillende culturele activititeiten, maar linken dat sterk aan het nut voor hun opleiding.
Tijdens meerdere gesprekken kwamen culturele activiteiten en uitingen van (jonge) mensen met een migratieachtergrond aan de orde. Dans en muziek uit Somalië, Marokko, Eritrea, etc., werden in eigen kring gedaan, bijvoorbeeld bij bruiloften. Of de moskee speelde een rol. Het is goed om in cultuurbeleid en -onderzoek systematisch aandacht te geven aan deze culturele activiteiten en ondersteunende organisaties. Nu lijkt dat een blinde vlek. Het mooie was dat een jongere zónder migratieachtergrond de behoefte uitte om kennis te maken met andere culturen, maar dat het haar ontbrak aan een netwerk in de kringen van mensen met een migratieachtergrond. Ruimte voor ontmoeting is iets wat te faciliteren moet zijn.
Het zou ook goed zijn om de vinger aan de pols te houden bij zaken als veiligheid en toegankelijkheid. Zeker vrouwelijke jongeren benoemen onveilige situaties bij (late) concerten en treinreizen na afloop. Ze zouden graag groepsgewijs concerten bezoeken, maar dat is vanwege de volle agenda’s weer moeilijk. Kernwoord is toegankelijkheid, zeiden twee vwo-jongeren. Enerzijds het niet mee kunnen doen aan cultuur, omdat je de gerechtigde leeftijd nog niet hebt. Voor 16- tot 18-jarigen vallen tussen wal en schip. Te oud voor de 16-jaarfeestjes (‘te veel kinderen’) en te jong voor de 18+-festivals. Maar anderzijds vooral het niet mee kunnen doen vanwege de kosten. De kosten van kaartjes voor concerten/festivals zijn erg hoog, het als de verteer- en verblijfkosten en het reizen van en naar huis is ook nog eens erg duur. Het pleidooi was voor een speciale OV-kaart voor jongeren, misschien een die te linken is aan het bezoeken en beoefenen van cultuur.
Werksessies
Dank aan alle deelnemende jongeren en alle contactpersonen van gemeenten, vakopleidingen, welzijnsorganisaties en scholen die de werksessies mee hebben helpen organiseren.
- Tilburg – Fontys Academy of the Arts – Studenten uit breed aantal kunstdisciplines
- Breda – De Nieuwe Veste – Leerlingen van de musicalklas
- Tilburg – Wijkcentrum De Symfonie, Tilburg-Noord – Jongeren met vmbo-mbo achtergrond (van social work, mechatronica tot zorgopleiding)
- Deurne – Ter AA Techniek & Technologie College – Jongeren met mbo achtergrond (BBL 3 productietechniek en constructiewerk)
- Land van Cuijk – Mezzo Scholen, Elzendaal Boxmeer – Jongeren met vwo-gymnasium achtergrond
- Roosendaal – Jan Tinbergen College – Jongeren met vwo-achtergrond
Bronnen
Waarde van Cultuur – Kunstloc Brabant
Cultuurmonitor Zeeland – Boekmanstichting
Gelderse Cultuur- en Erfgoedmonitor – Cultuur Oost
Kennisdossier Cultuur en jongeren – LKCA
No Limits! Versterk de veerkracht van jongeren met cultuur. – LKCA
Cultuur voor de mentale gezondheid van jongeren Kunstloc Brabant
Cultuurparticipatie in cijfers: Rapportage over de
Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024 – Boekmanstichting
Diepstraten, I. & Vinken, H. (2026). Talkin’ ’bout my generation. Boekman 146, 4-7.
Van Eijck, K., & Bisschop Boele, E. (2018). Van de canon en de mug: Een inventarisatie van inzichten rondom de culturele niet-bezoeker.
Van Eijck, K. (2021). Ander publiek vereist vooral ander aanbod. Boekman 129, 4-7.
Meer weten?
Next Wave is een lerend netwerk van Kunstloc Brabant dat zich richt op het versterken van cultuurdeelname onder jongeren.
Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.
De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.